Een van de opwindendste nieuwe concepten in de financiële economie is ongetwijfeld de kern-satelliet benadering. Zoals zo vaak komt dit idee van institutionele beleggers - pensioenfondsen en andere professionele beleggers. In een van de zeldzame werken over deze benadering behandelt J. Clay Singleton de theoretische fundamenten van deze beleggingsmethode. Het nadeel van dit boek is dat het erg technisch is. Particuliere beleggers zullen erdoor afgeschrikt worden. Daarom is het nuttig dit vernieuwende concept te vertalen naar een meer bruikbaar instrument.

De eerste stap in de kern-satelliet benadering is tegelijk de moeilijkste: beleggers moeten immers een stuk controle overdragen. En dat doen de meeste beleggers niet graag. Ze geloven immers allen dat ze de markt kunnen verslaan. Op dat vlak lijken ze een beetje op autobestuurders die ook met zijn allen denken beter te kunnen rijden dan hun collega's.

De tweede stap bestaat uit het opstellen van een echt risicoprofiel. Sommige beleggingsadviseurs laten hun cliënten op een schaal van 1 tot 10 aanwijzen hoe ze zichzelf zien qua risicobereidheid. De beste test om een zo correct mogelijk inzicht te krijgen is de test van Grable en Lytton. De test staat spijtig genoeg niet in dit boek. Toch moet ook de relativiteit van dergelijke tests ingezien worden: alleen door een vraag te herformuleren kan je immers van een risicoschuwend iemand, een persoon maken die wel bereid is risico te nemen.

De derde stap is de essentie van de kern-satelliet benadering: het opstellen van de kern en de keuze van de satellieten. Vaak wordt voorgesteld om 70 % van het kapitaal naar de kern te laten gaan en 30 % naar de satellieten. De verhouding 70/30 is niet wetenschappelijk. Het kan best 80/20 zijn of 60/40. Een portefeuille met een kern van 80 % sluit dan natuurlijk beter aan bij het zuiver indexbeleggen. In de kern moeten indexfondsen zitten die diverse aandelen- en obligatie-indexen volgen. De satellieten worden typisch gekozen uit markten die de belofte inhouden van een hoger prospectief rendement. Aan dat laatste is natuurlijk een hoger risico verbonden. In de derde stap moet ook de verbinding gemaakt worden met de tweede fase. Een belegger die bijvoorbeeld geen enkel risico wil lopen, mag rustig een portefeuille aanhouden die volledig uit cash bestaat. In de praktijk gaat het natuurlijk om spaarrekeningen, kasbons of termijnrekeningen in euro. Deze oplossing lijkt tegen de gangbare traditie in te gaan van gemengde beleggingsfondsen, maar is wel gestoeld op de financiële theorie. Het zogeheten 'mutual fund'-theorema stelt immers dat alle beleggers dezelfde marktportefeuille moeten aanhouden. Het enige wat verschilt tussen beleggers onderling, is de mate waarin in cash belegd wordt. Een belegger met een neutraal risicoprofiel belegt bijvoorbeeld de helft van zijn kapitaal in cash, de andere helft in de kern en de satellieten.

De vierde stap bestaat uit het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende mechanismen immers niet. Een van de wijdverbreide stellingen is dat aandelen het op lange termijn altijd beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk wat die lange termijn is. Tien jaar? Twintig? Of dertig? Onderzoek wees uit dat er na dertig jaar nog steeds een substantiële kans bestaat dat aandelen minder opbrengen dan obligaties. Het gevolg hiervan is dat beleggers in de kern eveneens aandacht moeten besteden aan obligatie-indexfondsen, obligatiefondsen of obligaties.

In de vijfde stap proberen beleggers een zo breed mogelijke kennis te verkrijgen van de financiële producten die worden aangeboden. Bedoeling is dat beleggers vanuit de kern-satelliet benadering nieuwe beleggingsproducten proactief benaderen. Dit wil zeggen dat ze telkens een dubbele oefening maken: is het product intrinsiek interessant en past het product in mijn portefeuille? Tot slot moeten beleggers zich aan deze nieuwe benadering houden. Eenmaal de portefeuille ingericht via de inzichten van de kern-satelliet benadering, zullen ze regelmatig voorstellen krijgen om de portefeuille drastisch aan te passen. Bedoeling van de kern-satelliet benadering is de kern net zo stabiel mogelijk te houden. Pas na verloop van tijd komen de voordelen van indexfondsen naar boven. De satellieten kunnen sneller verwisseld worden. In functie van de inzichten van de belegger is dat. Niet van de adviseurs (lees: verkopers)!

Besluit: Verplichte lectuur voor iedereen die rechtstreeks en onrechtstreeks met beleggen te maken heeft

Beoordeling:

J. Clay Singleton, (2005), 'Core-satellite portfolio management', McGraw Hill, New York.

voor het oud papier; voor de ramsj; voor het boekenrek; onder de kerstboom; op het nachtkastje

Thierry Debels

Thierry Debels bespreekt elke week een boek voor managers en hun medewerkers.