Niet iedereen wil een deel van zijn vermogen tijdens zijn leven via schenkingen aan de volgende generatie overmaken. Sommigen opteren voor een testament om hun vermogen te verdelen. Het overlijden van de testament/opsteller (testateur) impliceert in beginsel dan wel successierechten. Het Belgisch rechtssysteem kent drie soorten testamenten: het eigenhandige, het notariële en het internationale. Elk van die testamenten heeft zijn eigen voor- en nadelen.

Het notarieel of authentiek testament wordt door een notaris in het bijzijn van twee getuigen of door twee notarissen opgesteld. Dit testament heeft volledige bewijskracht. Alleen door een klacht wegens valsheid in geschrifte in te dienen, kan iemand de bewijskracht van die akte ontzenuwen.

Het testament wordt door de notaris bewaard, zodat het moeilijk verloren kan gaan. Bovendien zal de notaris het Centraal Register voor Testamenten op de hoogte brengen van het bestaan van het testament. Bij een later overlijden van de testateur kan men steeds via het CRT te weten komen of de overledene al dan niet een testament heeft opgemaakt.

Het eigenhandig of holografisch testament wordt door de testateur zelf opgesteld. Het moet eigenhandig geschreven zijn (dus niet getypt), gedateerd (jaar, maand en dag) zijn, en door de erflater ondertekend (geen paraaf). Zodra die drie voorwaarden zijn voldaan, zit men goed. Echtgenoten of samenwonende partners moeten echter opletten dat ze hun wilsuiting niet op het één en hetzelfde document ondertekenen. Een afzonderlijk geschrift is noodzakelijk.

De bewijskracht is minder sterk dan die van het authentieke testament. Als het geschrift of de handtekening van het testament door de erfgenamen niet wordt erkend (een loutere ontkenning van het geschrift of de handtekening is voldoende) dan heeft het eigenhandig testament geen waarde. Een gerechtelijk onderzoek zal dan de echtheid van het geschrift of de handtekening moeten aantonen. Zolang hierover geen uitsluitsel bestaat, wordt het wettelijk erfrecht toegepast.

Eigenhandige testamenten worden niet altijd veilig opgeborgen of kunnen bij het overlijden in ,,verkeerde'' handen van de onterfde erfgenamen belanden. Die mogelijk onvoorziene omstandigheden kan men vermijden door het eigenhandig testament te laten deponeren bij een notaris, die het op zijn beurt zal laten registreren bij het voormelde CRT in Brussel. De kosten voor deze bewaargeving zijn minimaal: ongeveer 40 euro.

Tot slot is er ook nog het minder bekend internationaal testament. Deze regeling werd hoofdzakelijk ingevoerd voor vreemdelingen die in België vertoeven. Niets belet echter dat deze testeervorm ook door Belgen kan worden aangewend. Deze wilsuiting wordt opgesteld hetzij door de erflater, hetzij door een derde persoon waarbij de erflater de tekst ondertekent.

Het document wordt nadien persoonlijk aan een notaris overhandigd, in het bijzijn van twee getuigen. Op dat ogenblik verklaart de testateur in het bijzijn van beide getuigen dat het document zijn testament is en dat hij de inhoud ervan kent. Over de inhoud moet hij aan de notaris of aan de getuigen niets zeggen, wat een sterke discretie betekent. Deze uiterste wilsbeschikking heeft dezelfde veiligheid als een authentiek testament. Vervolgens zal de notaris van het bestaan van het testament melden bij CRT, zodat het testament, na overlijden, steeds kan opgezocht en teruggevonden worden. De kosten bedragen ongeveer 100 à 150 euro.

Jos Ruysseveldt doceert aan de Fiscale Hogeschool Brussel.