BRUSSEL (belga) - De kloof tussen het brutoloon en het nettoloon in ons land is het voorbije jaar iets kleiner geworden. In de meeste landen merkt de Oeso, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een verbreding van de kloof op. België blijft wel bij de koplopers wat betreft de loonkosten.

Voor een alleenstaande is er geen enkel industrieland waar de loonkosten zo hoog oplopen als bij ons. Ook in 2003 was dat al zo. Zo'n werknemer krijgt maar 45,8 procent van wat hij de werkgever kost, de rest gaat naar belastingen en sociale bijdragen. De belastingdruk op dit type werknemer is afgelopen jaar wel gedaald met 0,4 procent.

Een gezin met twee kinderen en één kostwinner, krijgt 64,4 procent in handen van wat hij zijn/haar werkgever kost. De belastingdruk is voor hen afgelopen jaar met 3,5 procent gedaald.

De Belgische loonkosten zitten beduidend boven het gemiddelde van de dertig industrielanden die lid zijn van de Oeso. De daling van 2004 was atypisch. In de meeste landen liep de fiscale druk op, vooral door een stijging van de lonen waardoor mensen in hogere belastingschijven belanden. De Oeso-experts raden daarom de regeringen aan niet alleen te werken aan de belastingdruk op bedrijven, maar ook aan die op werknemers.