Vergrijzing dreigt groei te halveren
De Oeso stelt voor de terugbetaling voor een geneesmiddel te beperken tot de prijs van het generieke equivalent. Foto: © belga / afp
PARIJS/BRUSSEL - Als ons land er niet in slaagt meer oudere werknemers aan de slag te houden en de afkalving van de arbeidstijd geen halt toe roept, dreigt de economische groei de komende decennia te verzwakken tot dik één procent per jaar, nauwelijks de helft van het tempo dat we er de voorbije tien jaar op nahielden.

DE Oeso, dat is de denktank van de industrielanden, geeft in haar tweejaarlijks rapport over België toe dat de vergrijzing van de bevolking in ons land iets trager verloopt dan in de andere lidstaten van de organisatie. Maar dat belet niet dat de generatie die net na de Tweede Wereldoorlog geboren werd, de ,,Baby Boomers'', zich tegen het einde van dit decennium massaal van de arbeidsmarkt zal terugtrekken.

Het negatief effect daarvan op de groei komt vooral van het verminderde arbeidsaanbod, waardoor het in sommige sectoren moeilijk wordt om voldoende personeel te vinden.

Maar verder zal ook de druk op de begroting oplopen, want veel gepensioneerden betekent veel pensioenen, en oplopende facturen voor gezondheidszorg.

De vergrijzing zou vanaf 2030 zowat 3,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) kosten. Om de effecten van de vergrijzing te kunnen betalen, moet België daarom vanaf 2007 streven naar een begrotingsoverschot. Als doelstelling geeft de Oeso ongeveer één procent van het bbp mee.

De Organisatie doet enkele opvallende aanbevelingen om de overheidsuitgaven de komende jaren terug te dringen. Zo wordt gepleit voor een efficiëntere overheidsadministratie met minder ambtenaren. Maar ook in de gezondheidszorg zijn volgens de Oeso ,,structurele hervormingen'' nodig. Het beperken van de terugbetaling van geneesmiddelen tot de prijs van het generieke equivalent, of het niet langer terugbetalen van een consultatie bij een specialist als de patiënt niet eerst zijn huisarts heeft geraadpleegd, zijn twee markante voorstellen.

Als die structurele maatregelen niet zouden volstaan en de kosten van de gezondheidszorg met meer dan 2,8 procent van het bbp blijven stijgen, stelt de Oeso voor dat de overheid ,,haar aandeel in de financiering van de gezondheidszorg zou heroverwegen''. Maar ze kan uiteraard ook beginnen schuiven met haar uitgaven, ten voordele van de gezondheidszorg.

Opvallend is dat de Oeso ook een paragraaf besteedt aan de financiering van het openbaar vervoer. Dat krijgt nu nog te veel subsidies, vindt de Organisatie, en het zou beter zijn om het rekeningrijden in te voeren zodra dat technisch mogelijk is. Verder moeten brandstoffen belast worden volgens hun effect op het milieu.

In een tweede luik zoemt de Oeso in op de werkgelegenheidsgraad . Die moet omhoog. De overheid zou niet langer het brugpensioen of andere uitstapregelingen mogen subsidiëren, luidt het. Wie toch vroeger uit de arbeidsmarkt wil stappen, zou vanaf dan ook geen pensioenrechten meer mogen opbouwen. De uitkeringen voor het brugpensioen moeten ook onderworpen worden aan dezelfde sociale bijdragen als de lonen. Vijftigplussers die een werkloosheidsuitkering ontvangen, zouden, op termijn, moeten bewijzen dat ze nog steeds werkwillig zijn.

Aan de andere kant van het spectrum pleit de Oeso voor soepeler regels bij aanwervingen en het strenger toekennen van uitkeringen aan jongeren.

De lage werkgelegenheidsgraad bij allochtonen blijkt geen louter Belgisch probleem. Hier pleit de Oeso voor onderwijs in de eigen taal (een experiment dat al in Vlaanderen loopt), en het preventief en repressief optreden tegen discriminatie op de werkvloer. Een andere oplossing kan erin bestaan het statuut van zelfstandige aantrekkelijker te maken, zodat etnische minderheden daar aan de slag kunnen.

Een laatste stokpaardje van de Oeso is de hogere productiviteit als middel voor meer economische groei. Drie sectoren worden geviseerd: de banken, de distributiesector en het goederenvervoer. Hier is volgens de Organisatie een soepeler reglementering nodig, die kan leiden tot meer concurrentie.

Op het kabinet van premier Guy Verhofstadt beklemtoont men dat het rapport van de Oeso slechts denksporen bevat, die niettemin nuttig kunnen zijn om het debat over de vergrijzing te voeden.