Belgen moeten langer blijven werken en niet allemaal met (vervroegd) pensioen gaan op pakweg 57 jaar. Dat is het uitgangspunt van het eindeloopbaandebat van de federale regering met vakbonden en werkgevers. Maar krijgen 55-plussers nog die kans: mogen ze nog werken? Zijn ze nog in staat om aan de slag te blijven: kunnen ze de werkdruk aan? En bestaat de wil om voor een trendbreuk te zorgen?

AMPER een op de vier van alle 55- tot 65-jarige Belgen is nog aan het werk. Dat is veruit de laagste score in de Europese Unie en het is al vele jaren aanleiding voor kritische opmerkingen aan het adres van ons land in (internationale) rapporten en beleidsaanbevelingen. De regering-Verhofstadt heeft daarom zich achter de Europese doelstelling geschaard om de activiteitsgraad van de 55-plussers tegen 2010 op te trekken van 25 naar 50 procent.

Er is niet alleen de Europese afspraak. Zonder ingrepen op de arbeidsmarkt komt de betaalbaarheid van de sociale zekerheid in het gedrang. Twee demografische fenomenen zijn onafwendbaar. De ontgroening (dalend geboortecijfer) zorgt voor een kleinere instroom van jonge (kandidaat-)werknemers. De vergrijzing jaagt intussen de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg omhoog.

Maar het massaal afhaken van oudere werknemers - op gemiddeld 57 jaar, na een loopbaan van gemiddeld 37 jaar - is geen natuurwet. De afbouw van die trend tot vervroegde pensionering is volgens alle analyses noodzakelijk. Er is geen alternatief. We moeten langer blijven werken.

De werkgeversfederaties VBO en Unizo bepleiten een geleidelijke afschaffing van de brugpensioenregelingen. Ze erkennen de nood aan een overgangsperiode, tot 2010 of daaromtrent, maar benadrukken dat elk jaar verder uitstel van beslissing de nood aan zwaardere maatregelen uitlokt. De werkgevers willen dat de vakbonden en de regering ,,de urgentie van het dossier inzien'' en dat ze de ,,uitstapvergoedingen omzetten in premies voor wie langer blijft doorwerken''.

De paarse regering wil de aantrekkelijkheid van de uitstapformules inderdaad verminderen, maar deinst terug voor een afbouw van het brugpensioen. In de federale beleidsverklaring, van oktober vorig jaar, staan dertig ,,denksporen'' opgesomd. Het optrekken van de werkelijke pensioenleeftijd tot 60 jaar (de wettelijke blijft op 65 jaar) lijkt daarbij het officieuze streefdoel.

BIJ de vakbonden klinkt heel andere taal. ACV en ABVV betwijfelen de urgentie van het verplicht langer werken. Ze relativeren de dreigende onbetaalbaarheid van de pensioenen. En ze weigeren het eindeloopbaandebat als een autonoom dossier te bekijken. De vakbonden willen de activiteitsgraad van de ouderen alleen helpen opkrikken als dat ,,niet ten koste gaat van de jongeren''. Concreet: er moeten in de eerste plaats banen komen voor werkloze jongeren. Meer werkgelegenheid als sleutel tot het behoud (en de financiering) van het sociaal systeem.

Daarnaast willen ze het eindeloopbaandebat koppelen aan de alternatieve financiering van de sociale zekerheid, niet door hogere btw-tarieven maar door de invoering van een algemene sociale bijdrage (ook op niet-arbeidsinkomens). Die koppeling ligt politiek niet voor de hand.

In ieder geval weigeren de vakbonden elke afbouw van het brugpensioen. Ze betwisten met vuur de stelling dat het de oudere werknemers zijn die zelf vrijwillig stoppen met werken. ,,Het afscheid van 55-plussers is vaak geen vrije keuze. De meeste bruggepensioneerden worden door de bedrijven gedumpt. De techniek van het brugpensioen dient om de sociale miserie bij sluitingen en herstructureringen op te vangen. Maar het blijft een ontslag.''

Het verwijt aan de bedrijven is hard: de bedrijven willen niet weten van oudere werknemers. Van alle openstaande vacatures gaat jaarlijks amper drie procent naar 45-plussers. Conclusie: ouderen mogen niet langer blijven werken.

Het antwoord van de werkgevers komt prompt: de loonkosten liggen sowieso al (te) hoog in België. Die van oudere werknemers helemaal, met dank aan leeftijdspremies en -barema's. Prijzen de ouderen zichzelf uit de markt? De regering probeert te helpen met lagere bijdragen voor 45-plussers. Maar die remedie helpt slechts met mondjesmaat.

REGERING en vakbonden schuiven nog een dossier naar de werkgevers. Dat het debat niet alleen over de eindeloopbaan kan gaan, maar over een alomvattend loopbaanbeleid. En dat de poging om werknemers langer aan de slag te houden, alleen kans maakt op succes als de betrokkenen ook in staat zijn om productief te blijven.

Dat veronderstelt meer permanente vorming en carrièrebegeleiding, kansen ook op rustiger jobs als de werkomstandigheden te zwaar worden.

Die omschakeling vergt veel tijd. Is die er? De vakbonden zijn categoriek: ,,Tijdens de loopbaan harder en langer werken en die loopbaan dan ook nog eens verlengen. Een van de twee.'' Maar VBO en Unizo huiveren van nog meer ruimte voor systemen als het tijdskrediet. ,,De beloning voor niet werken gaat al ver genoeg.'' Ze stevenen op dat vlak af op een botsing met de socialistische minister van Werk, Freya Van den Bossche.

Nog een spanningsveld: Van den Bossche wil een aparte uitstapregeling voor 'zware beroepen'. Maar zo'n uitzondering is als de doos van Pandora openen. Wie heeft er een zwaar beroep en wie niet? Niemand kent het antwoord.

ZIJN de Belgen eigenlijk bereid om langer te werken? De resultaten van allerlei pensioenenquêtes wijzen niet in die richting. De vakbonden weten dat ze hun achterban massaal kunnen mobiliseren in de strijd om het behoud van het brugpensioen. De kans is bijzonder klein dat ze hun nek uitsteken in het eindeloopbaandebat. En de wil om tot een compromis te komen, lijkt niet bijster groot.

Het moeizame en uiteindelijk mislukte loonoverleg indachtig, lijken de gesprekken nu al gedoemd om te mislukken. Eigenlijk houdt de paarse regering geen rekening met een Groot Vergelijk. Binnenskamers wordt al gekeken hoe de dertig denksporen in beslissingen kunnen worden vertaald. Daarvoor is het in ieder geval het wachten tot na de cao-onderhandelingen in de bedrijfssectoren. Tot juni dus.

Johan Rasking is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.