Wie zijn geld de voorbije vijf jaar heeft belegd in westerse multinationals, heeft daar veel minder aan verdiend dan wie investeerde in Aziatische bedrijven.

Boston Consulting Group vergeleek de beursprestaties van 712 multinationals tussen 2005 en 2009. De 712 bedrijven in de studie leverden hun aandeelhouders op jaarbasis gemiddeld 6,6 procent op. Dat is een stuk onder het historische langetermijngemiddelde van om en bij de 10 procent en is volledig toe te schrijven aan de enorme duik die de beurzen namen eind 2008. Die daling kon in 2009 nooit helemaal worden goedgemaakt.

Het is de twaalfde keer dat BCG dit onderzoek uitvoert. Voor het eerst sinds de start in 1999 staat niet één Amerikaanse en zelfs geen enkele Europese multinational in de top 10. De lijst bevat wel vijf Chinese bedrijven en twee uit Hongkong, plus telkens één uit Indonesië, India en Zuid-Korea (zie tabel). Die tien topbedrijven leverden hun aandeelhouders gemiddeld 75 procent rendement op, koersstijgingen én uitgekeerde dividenden bij elkaar opgeteld. De absolute numero uno, de telecomreus Tencent uit Hongkong, zelfs 106,3 procent.

Ook wanneer de bedrijven opgesplitst worden per sector (auto, consumentengoederen, chemie, mijnbouw...), blijft de suprematie van de Aziatische tijgers overweldigend: zij domineren 13 van de 14 sectoren. Slechts één sector, die van de farmaceutische en medische technologie, kleurt nog volledig westers.

Uiteraard levert de ene industrietak meer aandeelhouderswaarde dan de andere, maar zelfs de tien topbedrijven in elke industrietak presteerden doorgaans een pak beter dan het gemiddelde van hun sector: 13,2 procent meer in de papierindustrie tot 34,5 procent in de machinebouw. 'Actief zijn in een sector die het minder goed doet dan de hele economie is dus geen excuus', stellen de onderzoekers.