Liegen over kernenergie

Voor de zoveelste keer lees ik in de krant dat bij de productie van kernenergie geen CO{-2} vrijkomt. Laat ons eens kijken wat de feiten zijn. Om kernenergie te maken heb je uranium nodig. Dit groeit niet aan de bomen in Doel of Tihange, maar is te vinden in mijnen in onder andere Zuid-Afrika, Congo, Canada en Australië. Een ton uraniumerts bevat maar één kilogram bruikbaar uranium. Dit moet nog verschillende bewerkingen ondergaan voor het geschikt is als brandstof in een centrale. Het gaat over vermalen, scheiden, filteren, uitwassen zuiveren en verrijken. Bij het winnen en bewerken van de splijtstof komt ook CO{-2} vrij. Dan is er het transport van het uranium naar de centrales, en dit gebeurt - gelukkig - niet met de fiets. Speciale konvooien via water, weg en spoor stoten op hun beurt CO{-2} uit. Het bouwen en onderhouden van een kerncentrale vraagt een gigantische hoeveelheid materialen en energie. En dan is er nog niks gezegd over de uitstoot verbonden aan het tot 100.000 jaar opslaan van radioactief afval. Dit vraagt grote bouwwerken, transport en regelmatige controles. Benieuwd hoeveel CO{-2} daarbij vrij komt.

Volgens het gerenommeerde Duitse Öko-instituut komt in totaal voor de productie van 1 kilowattuur (kWh) in een kerncentrale 31 tot 61 gram CO{-2} vrij, naargelang de herkomst van de splijtstof en de productiewijze ...