BRUSSEL - De federale regering heeft vanmiddag de tweede begrotingscontrole 2005 voorgesteld. Ze moest zo'n 650 miljoen euro extra vinden door de lagere economische groei. Begrotingsminister Johan Vande Lanotte zei bij de voorstelling van de begrotingscontrole dat de groei mogelijk toch boven de 1,5 procent zal liggen, gezien de gunstige evolutie van de btw-ontvangsten.

De regering kreeg een aantal belangrijke tegenvallers te verwerken. Zo werd de spilindex vervroegd overschreden, wat 388 miljoen zal kosten. De sociale bijdragen worden door de ongunstige conjunctuur 216 miljoen hoger geraamd en de RVA-uitgaven stijgen met 99 miljoen.

Met een compensatie van de 50 miljoen die bij de eerste begrotingscontrole als buffer werd aangelegd, moest de regering daardoor 653 miljoen euro extra vinden.

Dat bedrag haalde de regering deels uit de begrotingsenveloppes van de federale overheidsdiensten, die met 100 miljoen euro verminderen. De rentelasten liggen 63 miljoen lager dan geraamd was. De inning van de achterstallige belastingen zal 50 miljoen meer opbrengen dan aanvankelijk begroot.

De grootste meevaller is de 230 miljoen aan achterstallige btw-inkomsten van Aquafin. Met die extra opbrengst, samen met de vermindering van de reserves voor dienstencheques (35 miljoen), de daling van de uitgaven van de Riziv-uitkeringen (50 miljoen), de betere inning van de co2-heffing op bedrijfswagens (75 miljoen) en de niet-aanwending van de meevaller inzake gewestbelastingen (83 miljoen), bereikt de overheid toch een begrotingsevenwicht.

De enige nieuwe fiscale maatregel is de verhoging van de accijnzen op sterkedrank met 5,5 procent. Die maatregel zal ingaan op 1 september, een maand eerder dan aangekondigd, en moet dit jaar 4,7 miljoen euro moet opbrengen.