ANALYSE. Waarom kernenergie niet langer in het verdomhoekje zit
De kerncentrale van Doel: nog lang niet afgeschreven? Foto: © MH
Kerncentrales spelen een steeds kleinere rol in energiebevoorrading. Maar klimaatopwarming kan kernenergie een tweede jeugd bezorgen. Almaar meer EU-landen overwegen met bestaande kerncentrales door te gaan of nieuwe te bouwen.

Energie is in geen tijd een hoofdzaak geworden voor de beleidsvoerders in Europa. Amper drie jaar geleden deden ze geloven dat ze met de vrijmaking van de Europese energiemarkt de Europeanen voor lange tijd voldoende energie tegen lagere prijzen zouden bezorgen. Vandaag blijft er weinig over van dat geloof. De klimatologische gevolgen van de broeikasgassen en het vaak brute Russische machtsspel rond gasvoorziening verontrusten de EU-leden.

Begin januari 2007 geeft de Europese Commissie alvast indicaties over hoe diep de energievrees wel zit. Op 10 januari zal de Commissie een hele rist energievoorstellen publiceren. Die gaan over de verbetering van de vrijgemaakte de Europese energiemarkt. Maar er wordt ook uitgekeken naar Europese remedies om de labiele energietoekomst het hoofd te bieden.

Labiel omdat meer en meer duidelijker wordt dat de afhankelijkheid van energieproducenten van buiten de Europese Unie niet meteen een waarborg is op voldoende energieleveringen tegen min of meer stabiele prijzen. Labiel ook omdat in Europa nog zeer grote inspanningen nodig zijn om de broeikasgassen te verminderen zodat de klimaatopwarming serieus afgeremd kan worden.

Wat de energieafhankelijkheid betreft: het aandeel van olie en aardgas in het energieverbruik binnen de EU-lidstaten stijgt almaar. Vandaag komt zo'n 50 procent van al die olie en dat gas van producenten buiten de EU. Rusland neemt daarvan 16 procent voor zijn rekening.

De verwachting is dat de energie-import tegen 2020 zal oplopen tot 70 procent. En de algemene verwachting is dat het aandeel van Rusland daarin nog zal toenemen. Officieel wordt wel de noodzaak van nauwe energiebanden tussen Rusland en Europa toegejuicht. Maar bij de jaarlijks weerkerende prijs- en leveringsdisputen met de ex-sovjetrepublieken tijdens de wintermaanden en het machtsspel met grote westerse energiegroepen over belangrijke productievelden in Rusland rijst steeds weer de vraag hoe ver de Russen zullen durven gaan om hun sterke positie als olie- en vooral gasproducent uit te spelen als politiek wapen.

De afremming van de klimaatopwarming binnen Europa vergt dan weer een reductie van de broeikasgassen met zeker dertig procent tegen 2030. De standpunten over de haalbaarheid en de wijze waarop dat kan gebeuren lopen enorm uiteen.

Een veel efficiënter energieverbruik en forse besparingen, hernieuwbare broeikasvrije energieproductie stimuleren of... een revival van eveneens broeikasvrije kernenergie.

Het wordt meer en meer rondgebazuind dat met kernenergie Europa twee vliegen in een klap slaat. Minder broeikasgassen en een meer onafhankelijke energievoorziening. Voor almaar meer politici is kernenergie de reddingsboei aan het worden. Amper twee weken geleden volgde de Belgische premier Guy Verhofstadt dat voorbeeld door te verkondigen dat hij toekomst ziet in een nieuwe generatie van kleine kerncentrales.

Voorlopig blijft het bij de meesten nog wel bij een verbaal pleidooi voor meer kernenergie.

Zo is de nucleaire productie in Europa de voorbije jaren stelselmatig gedaald. Dat is overigens geen typisch Europees fenomeen. Wereldwijd is de nucleaire productie al verscheidene jaren aan het dalen. Dat is het gevolg van de bijna nucleaire ramp in de Amerikaanse kerncentrale Three Mile Island (1979) en de ontploffing van een van de kernreactoren in Tsjernobyl (1986). Het hypothekeerde de toekomst van kernenergie.

In 2003 dekten kerncentrales nog 6,1 procent van het wereldenergieverbruik, in 2005 was dat gedaald tot 5,95 procent. Europa volgt die wereldtrend. Binnen de Europese Unie dekt nucleaire elektriciteit wel een groter gedeelte van het energieverbruik, maar het aandeel viel terug van 13 procent in 2003 naar 12,87 procent in 2005. Binnen Europa nam de voorbije jaren alleen in Frankrijk de nucleaire productie toe.

De komende jaren kan daar dankzij de nieuwe lidstaten in Centraal-Europa wel verandering in komen. Daar staan verscheidene nieuwbouw kerncentrales in de steigers. De drie Baltische staten zijn overeengekomen om er samen één te bouwen tegen 2015, Bulgarije en Slowakije hebben oude sovjetcentrales gesloten maar zijn bezig om die te vervangen door een nieuw kerneenheden, Roemenië heeft West-Europese technologie ingekocht om de bouw van twee kerncentrales voort te zetten. Elders binnen de EU blijven de nieuwbouwplannen beperkt tot Finland en Frankrijk.

De voorstanders van kernenergie verwijzen wel graag naar die landen om te spreken over een revival, maar met uitzondering van Finland gaat het om landen waar kernenergie nooit in het verdomhoekje heeft gezeten.

Spanje, Oostenrijk, Italië en ook België zijn nog altijd vastbesloten geen kerncentrales op hun grondgebied toe te laten of ze op termijn te sluiten.

Eigenlijk zijn het vandaag alleen Nederland en Zweden die al zeer concrete signalen hebben uitgestuurd dat ze opnieuw toekomst zien in kernenergie. In die twee landen is de levensduur van kerncentrales verlengd waarvan tot voor kort werd aangenomen dat ze stilgelegd zouden worden. De verwachting is wel dat andere landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zich klaarmaken om dat voorbeeld te volgen, omdat vanuit de regeringen geluiden in die richting opgaan.



Pascal Sertyn is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.