DAT ABVV-topman Herwig Jorissen ooit lid was van het VMO, bleef dertig jaar verborgen. Maar wie de afgelopen tien jaar in een foute club verkeerde, moet geen illusies koesteren: iedereen kan dat in 30 seconden achterhalen door een zoekopdracht in Google of MSN Search. En dergelijke zoekopdrachten zijn een routine geworden in het Belgische zakenleven. Wie ooit een extreme opinie verkondigde op een internetforum, of op een verkeerde ledenlijst voorkomt, moet ervan uitgaan dat zijn toekomstige werkgever dat al weet vóór het sollicitatiegesprek begint. Dit is vandaag de realiteit. Al wordt dat zeer zelden luidop gezegd.

"Privacy is dead. Deal with it", zei Scott McNealy van Sun. In Amerika hebben velen zich daar bij neergelegd. Europa, daarentegen, heeft een stevig wettelijk arsenaal uitgebouwd om de privacy van zijn burgers te beschermen. Die privacywetten hebben ons de afgelopen tien jaar goed gediend. De Europese directieve 95/46/EC over de privacy legt bedrijven uiterst strenge regels op wanneer zij gegevens over Europese burgers verwerken. Maar ze dateert van vóór Google. De vraag die wij ons in Europa dringend moeten stellen is: wat doen wij nu met deze mooie wetten? Opdoeken gewoon, zoals Scott McNealy voorstelt? Of proberen er nog iets van te redden?

Ik ben geen jurist, maar er schijnen toch een aantal mogelijke denkpaden te zijn. Ten eerste: moet het oneigenlijk gebruik van Google niet verboden worden? En ik denk dan met name aan het gebruik van Google bij sollicitaties en in de werkkring. Dit klinkt bijzonder extreem. Maar er is een cao die zegt dat je een kandidaat geen onnodige persoonlijke gegevens mag vragen - dus waarom zou je diezelfde informatie wél mogen 'googelen'?

Een andere mogelijkheid is dat we de burger enige controle geven over de gegevens die over hem opgezocht kunnen worden. Dat we, met een simpel verzoek, ervoor zouden kunnen kiezen, dat onze naam niet opzoekbaar is in Google. Of dat we bepaalde ongelukkige zoekresultaten laten verwijderen. Technisch kan dit: Google doet het al voor bepaalde lasterlijke of illegale links.

En hier komt het: eigenlijk hééft u dat recht al. Google mág geen persoonlijke gegevens over een Europese burger opzoekbaar maken. Wanneer sprake is van verwerking van persoonsgegevens, heb ik als burger het recht om mij daartegen te verzetten, om inzage te krijgen in mijn gegevens én om die gegevens te corrigeren.

Ik had hierover vorige week een lang en ernstig gesprek met de topvrouw van de Europese juridische afdeling van Google. Zij vindt niet dat wat Google doet, onder de Europese definitie valt van "verwerking van persoonsgegevens". Ik ben dus geen jurist, maar de tekst lijkt mij nogal duidelijk. Ik citeer uit de Belgische wet van 1992, maar de directieve zegt precies hetzelfde. Persoonsgegevens zijn "iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon", verwerking betekent "elke bewerking of geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procédés". De definitie omvat zelfs expliciet het "verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking stellen" van persoonsgegevens. "Enigerlei andere wijze", dus ook via een zoekvenster op een webpagina.

Is Google in strijd met de privacy wetten? Is privacy inderdaad dood? Het zijn vragen die wel eens gesteld mogen worden.

Dominique Deckmyn is hoofdredacteur van het magazine ,,Smart Business Strategies''.