HET dreigende tekort in de sociale zekerheid is een vrijwel jaarlijks terugkerende alarmkreet bij de start van het politieke werkjaar. In de aanloop tot het interprofessioneel overleg stijgt de temperatuur omdat de discussie zal gaan over de flexibilisering van de arbeidsduur en de problematiek van het loopbaaneinde, maar ook over de nog zware loonlasten en onvermijdelijk over de sociale bijdragen.

Het regeerakkoord van de federale regering Verhofstadt II voorziet niet alleen in een jaarlijkse toename met 4,5 % van de uitgaven voor de gezondheidszorg, maar omvat ook het engagement omtrent een jaarlijks evenwicht in de sociale zekerheid.

Hoewel de economisch groei dit jaar hoger zal uitkomen dan oorspronkelijk was voorzien, is het met de creatie van arbeidsplaatsen niet zo goed gesteld, ook als men weet dat de werkgelegenheid een achterlopende of lagging indicator is ten opzichte van de conjunctuurontwikkeling. De werkloosheid blijft opvallend hoog door onder meer de nog talrijke bedrijfsherstructureringen, die al dan niet gepaard gaan met een delokalisatie van bepaalde activiteiten. De nog steeds hoge loonkosten en de rigide arbeidsmarktreglementering werken remmend voor de indienstneming van nieuwe medewerkers. Maar minder arbeidsplaatsen impliceert ook direct minder bijdragen voor de sociale zekerheid, die normaal integraal gefinancierd moet worden door afhoudingen op het loon van de werknemers. De voorbije jaren heeft de federale regering telkens het dreigende tekort moeten aanzuiveren. Blijkbaar zal dat ook dit jaar het geval zijn.

Vermits economische expansie op zich onvoldoende waarborgen biedt voor toereikende inkomsten voor de sociale zekerheid, het vrijwel uitgesloten is dat de sociale bijdragen worden verhoogd en er het politiek en sociaal akkoord is voor de 4,5 %-toename van de uitgaven in de gezondheidszorg, zal onvermijdelijk moeten worden nagedacht over alternatieve financieringsvormen.

Natuurlijk kan hier en daar nog wat bespaard worden in domeinen waar er nog overconsumptie zou zijn, maar dat biedt geen principiële oplossing. De regering Verhofstadt II kan geschiedenis schrijven als ze de moed heeft om de financieringsproblematiek fundamenteel aan te pakken zonder de sociale verworvenheden echt op de helling te plaatsen. De regering blijkt bereid te zijn om alternatieve financieringsvormen te bekijken.

Cruciaal is de vooruitgang die zou kunnen worden geboekt in de verhoging van de tewerkstellingsgraad in het algemeen en van die van vrouwen en oudere werknemers in het bijzonder. Er zijn al heel wat interessante initiatieven genomen, zoals de uitbreiding van de dienstencheques, de ruimere mogelijkheid voor gepensioneerden om iets bij te verdienen, het Startersfonds, de sociale lastenverlagingen voor bepaalde categorieën van werknemers, enzovoort. Het effect blijft vooralsnog beperkt zodat de verhoopte bijkomende inkomsten voor de sociale zekerheid uitblijven. Buitenlandse initiatieven zouden van nabij bekeken moeten worden, zoals bijvoorbeeld de flexibele pensioenleeftijd, de pensioenbonus voor hen die langer werken, de verlaging van uitkeringen bij vervroegde pensionering, enzovoorts.

De invoering van een algemene sociale bijdrage (ASB) is een voorstel dat dikwijls door vooral linkse partijen wordt geformuleerd om de financiering veiliger te stellen. In Frankrijk bestaat een dergelijke bijdrage, die aanvankelijk zeer laag was en beperkt in de tijd, maar die sindsdien enkele keren werd verhoogd en een bijna continu karakter heeft gekregen. Een ASB invoeren als een soort crisisbelasting bovenop de bestaande sociale bijdrage lijkt ons zeer moeilijk als die niet beperkt wordt in de tijd. De doelstelling is niet direct meer inkomsten te realiseren, maar vooral een nieuwe inkomstenbron aan te boren die, naast arbeid, ook andere inkomens als basis gebruikt voor de berekening van de bijdragen.

Een andere mogelijkheid is te werken via indirecte belastingen door bijvoorbeeld de btw te verhogen op bepaalde producten. Om een inflatiestijging te voorkomen is het aangewezen om die hogere btw uit de index te houden. Daarnaast zou ook het percentage van de totale btw-inkomsten dat naar de sociale zekerheid wordt overgeheveld, verhoogd kunnen worden. Nu is dat al zo'n 20 procent.

Het is zeer de vraag of de financiering van de kinderbijslagen en de gezondheidszorg moet blijven gebeuren via afhoudingen op het loon. Zou een of andere vorm van fiscalisering niet meer aangewezen zijn in functie van bijvoorbeeld de belastingaangifte? Het betreft een structurele hervorming die op termijn zeer positief kan zijn voor de loonlasten. Dit blijkt uit de berekeningen van Marcia De Wachter, directeur van de NBB. De loonlastenverlaging is substantieel en opent zo de mogelijkheid tot een flinke toename van het aantal arbeidsplaatsen.

Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieeleconomisch specialisten. Deze week antwoordt Frank Lierman, hoofdeconoom van Dexia Bank.