BRUSSEL - De socialistische ministers Demotte (Sociale Zaken) en Vandenbroucke (Werk) steunen de betoging, zaterdag, van de Belgische vakbonden en ngo's tegen de zogenaamde richtlijn-Bolkestein, die een volledige vrijmaking beoogt van de dienstensectoren in de 25 Europese lidstaten. De tegenstanders vrezen voor sociale dumping vanuit Oost-Europese landen.



De richtlijn van EU-commissaris Bolkestein ligt in september ter bespreking voor in het nieuw verkozen Europees Parlement en in de Raad van Ministers. Omdat het om een economische beleidslijn gaat - ter versterking van de interne Europese dienstenmarkt - is geen unanimiteit nodig tussen de lidstaten. Dat verontrust nogal wat vakbondsleiders in de West-Europese landen. In België vormen de vakbonden een breed front tegen Bolkestein met ngo's als Oxfam en de 11.11.11-beweging. Ze krijgen openlijke steun binnen de federale regering en in de Nationale Arbeidsraad lieten ook de werkgeversfederaties zich erg kritisch uit over de tekst van de Nederlandse commissaris.

Zaterdag verzamelen de tegenstanders voor een betoging door de centrumstraten van Brussel. Bedoeling is de politieke kandidaten voor de Europese verkiezingen kleur te doen bekennen.

Bolkestein legt geen minimumregels op aan het Europese dienstenverkeer en hanteert de fiscale, sociale en economische wetgeving van het oorsprongland van het dienstenbedrijf als norm. ,,Ook wanneer die wetgeving naar West-Europese maatstaven ondermaats is uitgebouwd'', zegt Carlos Polenus, ondervoorzitter van de socialistische bediendenbond BBTK en expert in het dossier. ,,In Estland bijvoorbeeld bestaat er geen enkele wetgeving over uitzendarbeid. Bovendien is het voor de Belgische inspectiediensten onbegonnen werk om na te gaan of de dienstenbedrijven uit pakweg Polen of Letland de lokale minimumwetgeving, die wij moeten aanvaarden, naleven.''

Polenus geeft een voorbeeld van de carrousel aan uitzendarbeid en detachering die kan ontstaan. ,,Poolse werknemers kunnen door een Tsjechisch uitzendkantoor naar een Belgische kmo gestuurd worden, die als onderaannemer werkt voor een groot bedrijf. Dat uitzendkantoor mag in alle Europese lidstaten personeel werven en aan de slag zetten. In ons land is het niet verplicht om het Belgische minimumloon te betalen. De Belgische uitzendsector gaat uit van equal pay, het principe van gelijk loon: uitzendwerknemers krijgen hetzelfde loon als de vaste werknemers in het bedrijf waar ze tijdelijk een baan hebben. Die regel wordt door Bolkestein niet overgenomen.''

Het Tsjechische uitzendbedrijf kan de prijsconcurrentie met Belgische uitzendbedrijven en -arbeiders ten top voeren door een beroep te doen op nog goedkopere werkkrachten, bijvoorbeeld Wit-Russen of Oekraïners die in Polen een werkvergunning hebben.

Het blijft onduidelijk of de tekst van Bolkestein ook geldt voor diensten als onderwijs en gezondheidszorg. Als dat het geval is, mogen de nationale overheden bijvoorbeeld geen vestigingswet meer aanhouden op apotheken. Of geen beperking opleggen aan het gebruik van zware medische apparatuur in ziekenhuizen. De Belgische minister Rudy Demotte leidt het verzet om de gezondheidsdiensten uit de richtlijn te houden. Vandenbroucke doet hetzelfde met detachering en uitzendarbeid. Naar eigen zeggen groeit hun aanhang bij de andere lidstaten.