BELGIE staat onder een toenemende druk om zijn fiscale pensioenwetgeving aan te passen aan de 21ste eeuw. Het Hof van Cassatie fluit de Belgische wetgever terecht terug. De Europese Commissie stelt België voor diverse bepalingen in gebreke. De Oeso plant nieuwe commentaren die ook voor België richtinggevend zijn.

Door de globalisering en de ontwikkeling van internationale communicatie en transport verhoogt de mobiliteit van personen exponentieel. Verhuizen naar en werken in een andere staat is schering en inslag. En dan ontstaan er pensioenproblemen omdat de nationale staten nog ieder op hun manier met pensioenen omgaan.

Ruw samengevat bestaan er twee grote systemen die door de letterwoorden EET en TEE worden benoemd. De E staat voor Exemption (vrijstelling) en de T voor Taxation (belasting). EET geeft weer dat (E) de pensioenbijdrage niet belast wordt of recht geeft op een belastingvermindering, (E) de aangroei van de reserves niet belast wordt en (T) dat de uitkering wel belast wordt.

TEE houdt in dat (T) de pensioenbijdrage geen fiscaal voordeel oplevert en dat (EE) de aangroei van de reserves en de uitkering niet belast worden.

Tussen deze twee uitersten bevinden zich wereldwijd natuurlijk tal van nuances. België bijvoorbeeld past eerder het ETT-principe toe. Economisch wordt de aangroei van reserves in België wel belast. De activa van pensioenfondsen zijn niet alleen onderworpen aan een jaarlijkse taks van 0,17%. Het fonds is ook onderworpen aan roerende voorheffing op dividenden en interesten die ze uit hun beleggingen ontvangen.

De eerste uitdaging van België is dan ook institutioneel: een vehikel creëren waardoor de T vervangen wordt door een E. Enkel dan zullen Europese pensioenfondsen overwegen om zich in België te vestigen en werkgelegenheid mee te brengen.

Uitdagingen zijn er echter ook op productniveau. Een pensioen opbouwen in een staat die het EET-principe toepast en het pensioen ontvangen in een staat waar het TEE-principe wordt toegepast, resulteert in een volledige vrijstelling (EEE). De bijdrage, de opbouw en de uitkering genieten van een vrijstelling. Als concreet voorbeeld wordt (meestal ten onrechte) verwezen naar de Belg die op het einde van zijn carrière verhuist naar Frankrijk om zijn pensioenkapitaal onbelast te gaan innen. Voor het individu is een volledige vrijstelling goed, voor de maatschappij is dit onrechtvaardig.

Het Hof van Cassatie heeft op 5 december 2003 beslist dat België de EEE niet kan voorkomen door eenzijdige regels uit te vaardigen. Er moet rekening worden gehouden met de dubbelbelastingverdragen en deze primeren op het zuiver nationaal recht (DS 10 maart 2004: Europa is getalm met pensioenen beu).

Het op elkaar afstemmen van systemen moet dus bilateraal worden geregeld. De Oeso doet in een ontwerp van commentaar suggesties om de dubbele (niet-)belasting te vermijden. En België heeft één ervan al toegepast in het nieuwe verdrag met Nederland.

De hoofdregel is dat de staat waar de genieter van het pensioen woont (de woonstaat), belasting mag heffen en dat de staat waar het pensioen werd opgebouwd (de bronstaat), zich onthoudt van belastingheffing. De uitzondering op de regel bepaalt dat de bronstaat toch mag belasten indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

Concreet werden in het verdrag met Nederland drie voorwaarden geformuleerd:

(1) Bij de opbouw van het pensioen is er in de bronstaat een fiscaal voordeel toegestaan (de betaalde bijdragen waren bijvoorbeeld niet belastbaar in hoofde van de genieter);

(2) Het pensioen wordt in de woonstaat van de genieter niet belast tegen het normale tarief of wordt voor minder dan 90 procent in de belastingheffing betrokken;

(3) Het brutobedrag van de inkomsten die in de bronstaat belastbaar zouden zijn, bedraagt in het kalenderjaar meer dan 25.000 euro.

Op die manier worden de meeste pensioenen wel ergens belast tegen een normale belasting, hetzij in de woonstaat, hetzij in de bronstaat. We kunnen verwachten dat in de nieuwe verdragen die België zal afsluiten een gelijkaardige formulering de beleidslijn zal worden. Het is echter zo dat dit diplomatiek niet voor de hand ligt.

Deze rubriek verschijnt wekelijks op donderdag. De auteur is advocaat bij Tiberghien-advocaten.