DE gezinswoning wordt in Vlaanderen voortaan vrijgesteld van successierechten - althans onder bepaalde voorwaarden, zoals gewoonlijk, en pas vanaf 1 januari 2007. Het decreet van 7 juli 2006 staat ondertussen in het Staatsblad van 20 september 2006.


Het successierecht is niet langer verschuldigd op het nettoaandeel dat echtgenoten en samenwonenden verkrijgen in de gezinswoning, op het ogenblik van het overlijden. Dit moet echter gepreciseerd worden. Het nettoaandeel is het bruto min de schulden. Die schuldenregeling is vrij ingewikkeld. Specifieke schulden worden op hun categorie aangerekend (gezinswoning, onroerend, roerend, familiaal), terwijl niet-specifieke schulden en begrafeniskosten pas in laatste instantie op de gezinswoning worden toegerekend. Op die manier worden de schulden maximaal ,,benut'' om successierechten te verlagen (De Groote en Van Boxstael, Fiscale Actualiteit 2006/35/6). Samenwonenden moeten ofwel wettelijk samenwonen ofwel minstens drie jaar samenwonen om de vrijstelling te kunnen genieten. Merk op dat voor de toepassing van het successietarief in rechte lijn één jaar samenwonen volstaat. De vrijstelling geldt ook niet als de samenwonende een bloedverwant in de rechte lijn van de erflater is, of een rechtverkrijgende is die voor de toepassing van het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn wordt gelijkgesteld. De vrijstelling geldt dus niet voor een inwonende vader, moeder, zoon of dochter, en evenmin voor stief- en zorgkinderen. Ook dat is een afwijking van de gewone regels voor samenwonenden.

De gezinswoning is de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de erflater en zijn overlevende echtgenoot of partner. Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van de samenwoning.

Indien de samenwoning opgehouden heeft ,,door een geval van overmacht dat tot op het ogenblik van het overlijden heeft voortgeduurd, hetzij door de verplaatsing van de hoofdverblijfplaats van een van de of van beide betrokkenen naar een rust- of verzorgingsinstelling, of een serviceflatgebouw of een woningcomplex met dienstverlening'', blijft de vrijstelling gelden. Bij feitelijk samenwonenden wordt met een geval van overmacht enkel rekening gehouden, ,,aansluitend'' op de periode van 3 jaar samenwoning.

Enkele conclusies: er zijn voortaan dus verschillende soorten samenwonenden. Ook voor de gezinswoning kan men met meerderen samenwonen. Ter vergelijking: vroeger was overspel van de man alleen strafbaar, en een grond tot echtscheiding, indien hij ,,zijn bijzit in de gemeenschappelijke woning had gehouden'' (oud art. 230 BW). Nu krijgt de bijzit een vrijstelling van successierechten, op voorwaarde dat ze in dezelfde woning woont. De Vlaamse wetgever is dus wel vooruitstrevend!

Tontines tussen samenwonenden zijn dus minder gunstig geworden vanaf drie jaar samenwoning, met dien verstande dat tontines wel grotere burgerrechtelijke zekerheid geven. Samenwonenden hebben immers geen voorbehouden erfdeel, en erven zelfs niet van elkaar, tenzij bij testament. Maar zo'n testament is herroepbaar zonder dat de begunstigde het weet. Mensen die elkaar voldoende vertrouwen, kunnen de tontine dus opheffen vanaf drie jaar samenwoning.

Wat de kinderen erven in de gezinswoning, is niet vrijgesteld. Men zal dus geneigd zijn om de woning bij testament te legateren aan de langstlevende echtgenoot, of bij huwelijkscontract toe te bedelen aan de langstlevende. Dat is echter niet noodzakelijk gunstig, want bij het overlijden van de langstlevende wordt de gezinswoning dan wél belast, en wel in één keer.





Rik Deblauwe is advocaat bij Tiberghien Advocaten.



{lt}/cur{gt}{lt}252{gt}{lt}137,2006/12/4/13/35/44,lc{gt} |Tarief op de |Niet feitelijk |Feitelijk |Feitelijk | |GEZINSWONING in |samenwonend of |samenwonend |samenwonend | |Vlaanderen |minder dan 1 |minstens 1 jaar |minstens 3 jaar | | |jaar |maar minder dan 3| | | | |jaar | | |I. Kinderen, |0 - 27% |0 - 27% |0 - 27% | |adoptiekinderen | | | | |[1], | | | | |zorgkinderen, | | | | |stiefkinderen | | | | |II. Echtgenote en|0% |0% |0% | |wettelijk | | | | |samenwonenden | | | | |(niet onder I) | | | | |III. Anderen |45-65% |0 - 27% |0% | NB: Anderen omvat dus o.m. broers en zusters, maar bv. ook kinderen van stiefkinderen. Die zijn uitgesloten van het verlaagd tarief (Arb.H. {lt}252{gt}181/2005), en kunnen dus de gezinswoning wél erven tegen 0% indien ze hetzij wettelijk, hetzij minstens 3 jaar feitelijk samenwonen met de overledene. {lt}252{gt} ----------------------- [1] In de voorwaarden van art. 52-2 W. Succ. {lt}252{gt} {lt}252{gt}{lt}137{gt}{lt}/TEK{gt}