De kloof tussen arm en rijk blijft bijzonder groot, zo blijkt uit een onderzoek van de Verenigde Naties.

Twee procent van de volwassenen in de wereld bezit volgens een onderzoek van de Verenigde Naties meer dan de helft van het wereldwijde gezinsvermogen. De armste helft van de wereldbevolking bezit 1 procent.

Een team onder leiding van Anthony Shorrocks van de Universiteit van de Verenigde Naties maakt er aanspraak op het omvangrijkste onderzoek tot dusver naar de internationale vermogensverdeling te hebben uitgevoerd. Het gebruikte gedetailleerde gegevens voor 38 landen; voor de overige landen moest het zich op onvolledige gegevens baseren. De studie heeft betrekking op het jaar 2000.

Ze definieert de rijkdom van de gezinnen als hun bezit aan land, gebouwen, dieren en financiële activa min hun schulden.

In de ontwikkelingswereld zijn land en landbouwactiva, gezien het nog grote belang van de landbouw, relatief belangrijkere vermogensbestanddelen dan in de rijke landen.

Het gezamenlijke gezinsvermogen bedroeg in 2000 naar raming 125 biljoen (125.000 miljard) dollar, of ongeveer driemaal de jaarlijkse waarde van de wereldproductie. Als men dat bedrag deelt door de 6,5 miljard wereldbewoners - een vrij betekenisloze oefening - verkrijgt men een gemiddeld bezit van 20.500 dollar per persoon.

De vermogensverdeling is zoals bekend (nog) veel ongelijker dan de inkomensverdeling. De rijkste tien procent van de wereldbevolking bezit volgens het onderzoek 85 procent van het wereldwijde gezinsvermogen. Noord-Amerika, Europa en de rijke landen van Azië en het gebied van de Stille Zuidzee - voornamelijk Japan, Australië en Zuid-Korea - bezitten samen 90 procent.

In Japan bedraagt de gemiddelde rijkdom per persoon 181.000 dollar. In India is dat slechts 1.100 dollar per persoon, en in Congo 180 dollar.

In 2000 waren er in de wereld 13,5 miljoen dollarmiljonairs, van wie 499 dollarmiljardairs. Wie een vermogen van 500.000 dollar bezat, mocht zich tot de rijkste 1 procent van de wereldbevolking rekenen. Daarvan woonde 37 procent in de Verenigde Staten, 27 procent in Japan, 6 procent in Groot-Brittannië, 5 procent in Frankrijk, 4 procent in Duitsland en nog eens 4 procent in Italië en 2 procent in Nederland.

België zou allicht op ongeveer dezelfde hoogte kunnen staan als de noorderbuur.

The World Distribution of Household Wealth. World Institute of Development Economics Research at the UN University. www.wider.unu.edu.