BRUSSEL De belastingpolitiek van het Brussels gewest en vooral van de negentien Brusselse gemeenten zadelen bedrijven in de hoofdstad met ,,onaanvaardbaar hoge'' fiscale heffingen op. Volgens de werkgeversfederatie Agoria overwegen steeds meer Brusselse bedrijven om te verhuizen naar de fiscaal aantrekkelijker randgemeenten in Vlaams- of Waals-Brabant.

Agoria heeft de fiscale verplichtingen voor bedrijven met een vestiging in het hoofdstedelijke gewest in kaart gebracht, en vergeleken met de situatie voor bedrijven in de rand rond Brussel. Volgens Dominique Michel van Agoria-Brussel ligt het gemiddelde inzake onroerende voorheffing voor bedrijven in Vlaanderen op 2.583, in Wallonië op 2.435 en in Brussel op 2.687.

In Brussel rekent slechts een op de drie gemeenten minder dan 2.600 opcentiemen aan, in Vlaanderen is dat de helft en in Wallonië zelfs 80 %, aldus Agoria. Koploper is Schaarbeek met 3.300 aan opcentiemen, in Brussel-stad gaat het om 2.950. In de rand rond Brussel duikt dat cijfer omlaag tot gemiddeld 2.232 in Vlaams-Brabant en amper 1.897 in Waals-Brabant, een verschil van 30 %.

Concreet: een onderneming met 200 werknemers op een nuttige bedrijfsoppervlakte van 5.000m² voor een kadastraal inkomen van 250.000 euro betaalt in Brussel-stad 113.700 euro aan onroerende voorheffing. In Zaventem, ,,een boogscheut verderop'', is dat 73.875 euro of 40.000 euro minder per jaar, en in Waver gaat het om amper 6.100 euro, of 65 % minder.

,,De fiscale benadeling van Brusselse bedrijven blijft helaas niet beperkt tot de onroerende voorheffing en de opcentiemen'', aldus Michel. ,,Heel wat Brusselse gemeenten vinden dat ze een speciale pc-taks moeten opleggen, op het computergebruik, of een taks op parkeerplaatsen. Ze prijzen zichzelf daarbij uit de markt en lijken het niet eens te beseffen. Alleen een politiek akkoord over een fiscale stop of bevriezing in het gehele Brusselse gewest kan redding brengen. Maar de gewestregering heeft weinig zeggenschap over de gemeenten.''

Agoria hekelt voorts de ,,totaal ondoorzichtige'' prijzenpolitiek voor nutsvoorzieningen als water en energie. Bij de waterlevering zijn in totaal 24 maatschappijen betrokken, intercommunales vooral, met negen verschillende tarieven. De prijs voor het water in Anderlecht ligt ruim 20 procent hoger dan in Brussel-stad. Dominique Michel geeft Volkswagen Vorst als ultiem voorbeeld van ,,hoe het niet moet''. De beslissing van VW om 40 miljoen euro te investeren in de uitbreiding van de productievestiging in Vorst, kost het bedrijf 2 miljoen euro aan compenserende ,,stedenbouwkundige lasten'', bestemd voor de gemeentekas van Vorst. De groepsdirectie van VW in het Duitse Wolfsburg was daar volgens Michel ,,zeer onaangenaam door verrast''