BRUSSEL - Het uitroepen van de noodtoestand behoort niet tot de bevoegdheden van de soevereine Iraakse overgangsregering, die na de machtsoverdracht van 30 juni in Irak de touwtjes in handen krijgt. Dat meldt de krant Financial Times op het gezag van hoge Amerikaanse functionarissen in Bagdad.

De kwestie is belangrijker dan zij op het eerste gezicht lijkt. Enkele dagen geleden had de nieuw aangeduide Iraakse premier Iyad Allawi, als jarenlange CIA-medewerker in de jaren negentig zelf werkzaam in de 'terreur' (tegen het regime-Saddam), aangekondigd dat hij, gezien het aanhoudende geweld in het land, overwoog de noodtoestand uit te roepen. Dat zou onder meer het verbieden van betogingen en het toelaten van arrestaties zonder inbeschuldigingstelling inhouden. Gisteren klonk Allawi - na mogelijk door de Amerikaanse bezettingsautoriteit op de vingers te zijn getikt - al anders: ,,met de noodtoestand bedoelde ik niet specifiek de noodtoestand''.

Volgens de VS-functionarissen heeft enkel de coalitie (CPA), na 30 juni te herdopen tot de multinationale troepenmacht (MNF), het recht om noodmaatregelen te nemen. De Irakezen zelf blijven gebonden aan bepalingen in de, grotendeels door de VS gedicteerde overgangsgrondwet (Transitional Administrative Law, TAL), die bijvoorbeeld de administratieve hechtenis verbiedt. De meest recente VN-resolutie over Irak, de deze maand unaniem goedgekeurde Resolutie 1546, geeft daarentegen in de interpretatie van de functionarissen ,,buitenlandse troepen in Irak'' het recht om ,,alle noodzakelijke maatregelen'' te nemen om de veiligheid in het land te vrijwaren.

De Financial Times ziet in het standje dat de CPA premier Allawi heeft gegeven een bewijs van groeiende spanning tussen de coalitie en de officieel door de VN gekozen Iraakse regering over de aanpak van het verzet.