LONDEN/NEW YORK (reuters, eigen berichtgeving) - Als de verkoop van de Spaanse mobilofoniegroep Amena aan France Telecom een betrouwbare maatstaf is, ziet het ernaar uit dat de buy-outfondsen het moeilijker zullen krijgen op de fusie- en overnamemarkt. De ,,industriële'' of strategische kopers zijn terug van weggeweest.

Rond de overname van Amena werd strijd gevoerd door twee groepen, waaraan enkele van de grootste buy-outfondsen ter wereld, zoals Blackstone en KKR, deelnamen. Maar op het laatste moment dook ook France Telecom op als bieder, en die derde hond ging deze week met de prooi aan de haal.

Het is maar één voorbeeld van recente overnames waar de voorkeur van de verkopers uiteindelijk ging naar een industriële of strategische speler in plaats van naar een financiële buy-outfirma. Veel bedrijven zijn de jongste jaren druk bezig geweest met herstructureringen en het gezond maken van hun balansen, na de dure expansiegolf tijdens de dotcom boom van eind jaren negentig. Voor overnames hadden ze geen tijd, en vaak ook geen geld. Daardoor stond de deur wagenwijd open voor de buy-outfondsen. Maar nu is het bedrijfsleven ontwaakt uit zijn winterslaap, en de jacht is weer open.

Voor voorbeelden hoeven we niet eens zo ver te zoeken. Denk maar aan de overname van de West-Vlaamse laminaatgroep Unilin ( Quick-Step ), begin deze maand. Unilin kwam in handen van de Amerikaanse vloerbedekkingsspecialist Mohawk, die met zijn bod een rist buy-outfondsen zoals Allianz Capital, Carlyle en BC Partners overtroefde.

Een ander voorbeeld is de privatisering van het Tsjechische Cesky Telekom, waar de keuze viel op de Spaanse telecomgroep Telefonica. Wind, de telecommunicatie-arm van de Italiaanse nutsgroep Enel, kwam dan weer in handen van een groep investeerders rond de Egyptische zakenman Naguib Sawiris. Waarnemers bestempelen ook die operatie als een strategische verkoop, omdat Sawiris Wind wil fusioneren met zijn eigen telecombedrijf, Orascom. In de VS ten slotte had de fabrikant van elektrische huishoudtoestellen Maytag - de producent van onder meer de Hoover -stofzuigers - al ingestemd met een overname door Ripplewood Holdings, toen plots branchegenoot Whirlpool met een bod voor de dag kwam.

Dat strategische kopers het vaak halen op buy-outfondsen, komt niet alleen door hun financiële draagkracht. Ze kunnen meestal ook meer synergie of kostenbesparingen realiseren na de overname. ,,Als een strategische koper die synergie kan bieden absoluut een onderneming wil kopen, waarom zou ik hem dan kunnen verslaan als ik die synergie zelf niet kan bieden?'' vraagt een anoniem kaderlid van een private equity-fonds zich af.

Bovendien kost een mislukt bod een buy-outfonds miljoenen aan vergoedingen voor zakenbankiers en advocaten. Om van de verloren tijd nog maar te zwijgen. Dat zou bijvoorbeeld KKR pijnlijk duidelijk geworden zijn bij de overname van Amena. KKR had zijn bod maandenlang voorbereid en werd ook getipt als de grootste kanshebber, maar bleef met lege handen achter toen France Telecom op de proppen kwam.

Betekent dit dat de gouden tijden voor de buy-outfondsen voorbij zijn? Niet noodzakelijk. Ze zien hun marktaandeel in fusies en overnames wel teruglopen, maar het aantal transacties stijgt, zodat iedereen aan zijn trekken kan komen.

(kdr)