1899

De Amerikaanse econoom Thorstein Veblen publiceert het boek The Theory of the Leisure Class , waarin hij het begrip conspicuous consumption lanceerde. Daarmee bedoelde hij dat met sommige vormen van consumptie de sociale status en rijkdom getoond en bevestigd wordt. Een bekend citaat uit het boek is het volgende: ,,Meer dan bij andere vormen van consumptie zien we dat bij kleding mensen bereid zijn om behoorlijk wat comfort op te geven, teneinde zich over te geven aan wat gezien wordt als spilzuchtige consumptie. Het is in elk geval niet ongewoon dat mensen zich in onaangename weersomstandigheden dun kleden, om maar de indruk te wekken modieus te zijn.''

In de jaren '60 werden Veblens bevindingen opnieuw actueel, toen de snel uitdijende consumptiemaatschappij vorm kreeg. Wetenschappers gingen zich toen zorgen maken over uitwassen daarvan, zoals koopverslaving.

1908

In Detroit loopt de eerste Ford Model T van de band. Het was de eerste wagen die met behulp van een lopende band vervaardigd werd en betekende daarom een revolutie in de productie van consumptiegoederen. De wagen werd tot 1927 geproduceerd. In totaal werden er 15 miljoen exemplaren van de T-Ford gebouwd. Daarmee was de wagen lange tijd de meest succesvolle uit de geschiedenis.

De door Henry Ford geïntroduceerde productiemethode werd later bekend als het Fordisme. Het bereikte het hoogtepunt in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen fabrieken in de westerse wereld letterlijk ,,aan de lopende band'' en in hoog tempo consumptiegoederen produceerden. Het Fordisme kreeg een klap door de wereldwijde economische globalisering. Die zorgde ervoor dat veel consumptiegoederen in lagelonenlanden werden gemaakt. Er wordt in dat verband wel gesproken over post-Fordisme.

1916

Winkelier Clarence Saunders opent de eerste zelfbedieningswinkel in de Verenigde Staten. Zijn Piggly Wiggly-winkel aan de Jefferson Street in Memphis (Tennessee) zou een revolutie ontketenen in de manier waarop mensen hun inkopen doen. Saunders' winkel bezat alle kenmerken van een echte zelfbedieningszaak, zoals winkelmandjes, en kassa's bij de uitgang in plaats van een toog achterin de winkel. Ook de tourniquet (draaihekje) is een uitvinding van Saunders. Hij patenteerde het concept selfservice in 1917. In 1932 waren er 2.660 vestigingen van Piggly Wiggly, en draaide de keten een omzet van 180 miljoen dollar. Nu zijn er nog zeshonderd Piggly Wiggly-winkels, alle in handen van zelfstandigen. De eerste Belgische supermarkt werd in 1957 geopend door Delhaize. De winkel lag aan het Flageyplein in Brussel. De pers voorspelde toen dat zelfbedieningszaken geen grote toekomst tegemoet gingen in België.

1957

Enkele vrijwilligers richten Test-Aankoop op, de eerste Belgische vereniging van consumenten. Het eerste nummer van Test-Aankoop was grotendeels gewijd aan één enkele test van balpennen. In 1973 had Test-Aankoop al 200.000 leden. Momenteel schommelt het ledenaantal rond 320.000. Test-Aankoop maakt deel uit van de groep Euroconsumers, waartoe ook zusterorganisaties in Spanje, Portugal en Italië behoren. Met 1,3 miljoen leden is Euroconsumers de op een na grootste consumentenorganisatie ter wereld.

1991

De ,,wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument'' wordt goedgekeurd. De wet op de handelspraktijken regelt zaken als de prijsaanduiding en de koopjesperiode. Voorlichting en bescherming van de consument staan centraal, maar de wet wil ook een eerlijke concurrentie garanderen. In 1999 werd de wet aangepast: vergelijkende reclame werd mogelijk en er kwamen nieuwe regels in verband met verkoop op afstand. De wet heeft grote invloed op het leven van consumenten. De vrij strikte afbakening van de koopjesperiode bijvoorbeeld beschermt niet alleen de consument, maar ook de zelfstandige winkelier tegen continue prijzenoorlogen met grootwinkelbedrijven. En de strenge regels rond koppelverkoop vermijden dat in ons land, anders dan in het buitenland, gratis gsm-toestellen kunnen worden verstrekt bij het afsluiten van een abonnement.