De Amerikaanse familie Walton is hoofdaandeelhouder van de warenhuisketen Wal-Mart Rob, Jim, John, Alice en Helen Walton bezitten samen bijna de helft van de warenhuisketen die hun vader Sam uit de grond stampte. Daarmee mogen ze zich de rijkste familie ter wereld noemen. Met een gecombineerd vermogen van honderd miljoen dollar zijn ze dubel zo rijk als lijstaanvoerder Bill Gates.



Dat is voor het grootste deel de verdienste van hun vader Sam Walton, die in 1992 op 74-jarige leeftijd overleed. Hij is zowat de pionier van de moderne warenhuizen zoals we die vandaag kennen. Zelfbediening in een grote, goed verlichte winkel, betalen aan één centrale kassa, kassiers die de producten elektronisch scannen, een zo breed mogelijk assortiment aan producten, kosten beperken door op grote schaal aan te kopen, de vestiging van de winkels in dichtbevolkt gebied: het zijn allemaal concepten die Walton, zo hij ze niet zelf bedacht had, als een van de eersten toepaste in zijn winkelketen. Van de man was bekend dat hij met zijn vliegtuigje de hele VS overvloog, op zoek naar strategisch goed gelegen plaatsen voor alweer een nieuwe supermarkt. Een bezoekje aan een concurrerende winkelketen om ideeën op te doen, was een vast onderdeel van elke familieuitstap.

Ook de keten heeft zijn eigenaardigheidjes: aan de deur van elke winkel staat een greeter , een begroeter wiens taak het is om de mensen welkom te heten in de winkel, en dieven te betrappen. In 1962 opende vader Sam de eerste Wal-Martwinkel. Het is de grootste warenhuisketen ter wereld, met een omzet van 260 miljard euro per jaar. Volgens Fortune was het daarmee in 2005 qua omzet het grootste bedrijf ter wereld. Het telt naast 3.800 warenhuizen en shopping malls in eigen land, ook 2.400 winkels in landen als Mexico, Groot-Bittannië, Duitsland, China en Japan. In die vestigingen komen wekelijks 138 miljoen klanten over de vloer. Wereldwijd werken voor Wal-Mart 1,6 miljoen mensen. In de VS is het de grootste commerciële werkgever van het land.