Blogs en gsm's bewezen hun waarde als nieuwsbron tijdens schietpartij op de universiteitscampus.

JAMAL Albarghouti twijfelde niet toen hij enkele schoten hoorde. Hij haalde snel zijn gsm boven en liep in de richting van waar hij de schoten had gehoord. De student filmde de agenten die met getrokken wapens op de campus kwamen, terwijl op de achtergrond de schoten bleven weerklinken. Op het einde van het filmpje probeerde hij nog dichterbij te komen, maar de politie belette hem dat. Toen hij weg kon, laadde hij zijn filmpje op via de website van CNN. De gsm-film is ondertussen al miljoenen keren bekeken.

Albarghouti was niet de enige die verslag uitbracht van de tragedie op Virginia Tech. Op verschillende blogs beschreven studenten wat hen overkwam. Paul bijvoorbeeld schreef als Icantread01 op zijn weblog hoe zijn vriendin gewond was geraakt door een kogel van de dolle schutter. De universiteitskrant The Colegiate Times zag haar website snel plat gaan door de aandacht, maar richtte een blog op vanwaar de medewerkers up-to-date verslag uitbrachten en foto's posten. Op sociale websites als Facebook en Myspace stelden studenten elkaar gerust dat ze ok waren. Op de fotowebsite Flickr werden er al snel foto's gepost van op de campus.

Net zoals dat enkele jaren eerder al gebeurde bij bijvoorbeeld de tsunami in Zuid-Oost-Azië en de bomaanslagen in de Londense metro, bleken de snelste en de beste ooggetuigenverslagen opnieuw op het net te vinden. Apart bekeken zijn het misschien onvolledige en fragmentarische ooggetuigenverslagen, allemaal samen geven ze een goede indruk van de omvang van de tragedie. Web 2.0 op zijn best.

Ook de traditionele media hadden dit snel door. Nieuwszenders gebruikten de beelden van Albarghouti en gsm-foto's in hun berichtgeving en websites linkten naar ooggetuigenverslagen van bloggers. BBC News bijvoorbeeld heeft op zijn site een verslag staan van de student Nikolas Macko die zijn klas gebarricadeerd had tegen de dolle schutter.

Sinds de vorige grote gebeurtenissen zijn de media zich ook beter gaan voorbereiden op deze vorm van burgerjournalistiek. Reuters en Yahoo werken bijvoorbeeld samen via You Witness en CNN heeft Exchange, een website om foto's en filmpjes in te zamelen. Precies dankzij deze site kon de zender als eerste de beelden van Albarghouti tonen.

Toch is het voor de traditionele media nog steeds een moeilijke evenwichtsoefening over hoe ze met deze nieuwsbronnen moeten omgaan. Om zelf ooggetuigen te kunnen spreken, postten verschillende journalisten berichtjes op de site van Paul waarbij ze hem vroegen contact met hen op te nemen. Onder meer ABC, MTV News, The Guardian , CNN en de Los Angeles Times probeerden op deze manier Paul's verhaal te checken en extra informatie te krijgen. Vele bloggers reageerden dat ze beschaamd waren in hun plaats.

De BBC-journalist Robin Hamman kwam in zijn persoonlijke blog terug op deze ,,onhandige aanpak'' van de journalisten. Ook hij had Paul proberen te bereiken, maar schreef gisteren al dat hij twijfelde of dit wel de goede manier is. ,,Misschien hadden we gewoon moeten linken naar de site met een melding erbij dat de inhoud niet kon gecontroleerd worden.''

Want dat informatie op het internet nog steeds niet altijd klopt, werd ook maandag bewezen. Op sommige websites werd een student al snel verdacht gemaakt: hij was een Aziaat, sliep in het blok waar de eerste schietpartij plaatsvond, had gebroken met zijn vriendin en op de koop toe stonden er op zijn website foto's terwijl hij poseert met geweren. Zijn webpagina's werden maandag 117.000 keren opgevraagd; surfers postten er zelf bedreigingen. Pas toen de student een bericht schreef dat hij het niet was, bedaarde de storm.