Eén euro extra verdienen kost honderden euro belastingen
Een ,,gratis” opleiding volgen bij de VDAB kan je honderden euro’s belastingen kosten Foto: © An Nelissen
In de wereld van de vervangingsinkomens gelden heel andere wetten dan in die van de werkenden. Eén euro meer verdienen wordt er soms afgestraft met honderden euro belastingen.




DE overgang van het arbeidscircuit naar de wereld van de vervangingsinkomens is vaak dramatisch, zeker als je een actieve beroepscarrière door ziekte moet laten voor wat ze is. Zoveel verwachtingen en dromen, toekomstplannen en projecten die stranden in het vaak pijnlijke moeras van een chronische ziekte, van een handicap of van al dan niet uitzichtloze werkloosheid.

En dan hebben we het nog niet over de zware financiële terugval waar ook brug- en andere gepensioneerden over kunnen meespreken. Gemiddeld moeten we het op onze oude dag stellen met nauwelijks 40 procent van het laatste brutoloon. En wie langer dan een paar maanden werkloos is, leert al snel wat het betekent om te moeten kiezen tussen een spaghetti met een glaasje wijn in de bistro op de hoek en een nieuwe trui of die broodnodige herstelling van de fiets.

Als die werkloze dan voor de keuze wordt gesteld tussen een opleiding volgen waardoor zijn kennis en vaardigheden meer aangepast zijn aan de vereisten van de arbeidsmarkt of zijn uitkering geschrapt zien, dan lijkt de keuze snel gemaakt. En maar goed ook. Maar het is oppassen geblazen voor een fiscale adder onder het gras. Normaal ontvang je voor het volgen van de opleiding een kleine vergoeding. Maar als het even tegenzit, kost de opleiding je per saldo honderden euro, zo lezen we in de fiscale databank MonKEY van Kluwer.

Je kan een reeks voorbeelden aanhalen, gaande van een werkloze die enkele dagen ziek is, tot een gepensioneerde die een bescheiden onderhoudsuitkering geniet. Allemaal dreigen ze in de fiscale val van het vervangingsinkomen te trappen. Zolang de vervangingsinkomsten van een gezin niet boven bepaalde plafonds uitkomen, is er geen probleem. Dat plafond wordt vastgelegd in het Wetboek Inkomstenbelasting.

Gezinnen die uitsluitend leven van pensioenen, vervangingsinkomsten, werkloosheidsuitkeringen en brugpensioenen mochten 12.452,13 euro verdienen tijdens het aanslagjaar 2006 . Dit jaar komt daar allicht door de indexering zowat 200 euro bij. Oudere werklozen, die de 50 gepasseerd zijn, genieten van een wat gunstiger regime en mochten voor het aanslagjaar 2006 tot 13.686,52 euro verdienen voor de fiscus bij hen komt aankloppen. En gezinnen die leven van wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen werden tot 13.835,7 euro met rust gelaten.

Als gezinnen meerdere soorten vervangingsinkomens genieten, zoals een ziekte-uitkering voor de ene partner en een pensioen voor de andere, of een werkloze die gehuwd is met een bruggepensioneerde, dan bedraagt de inkomensgrens onveranderd 12.452,13 euro, ongeacht de combinatie van inkomens.

De jongste belastinghervorming veranderde niets aan het systeem. Zij voerde wel een volledige decumul in van alle inkomsten van gehuwde partners, maar die geldt niet voor die belastingvrije maximumbedragen. Om uit te maken of de inkomensplafonds al dan niet doorbroken werden, telt de fiscus de netto-inkomens van beide partners nog steeds samen.

Wat gebeurt er nu als het gezin toch boven zo'n plafond uitkomt? Dan betaalt het toch gewoon wat belastingen zou je denken, maar zo simpel is het niet, zegt fiscalist Jef Wellens van Kluwer. Als het inkomen (van het gezin) hoger ligt, of niet uitsluitend uit vervangingsinkomsten of pensioenen bestaat, dan kijkt de fiscus plots niet meer naar de belastingvrijstelling (het inkomensplafond) maar naar de gewone belastingvermindering waarop iedereen recht heeft.

En daar wringt nu net het schoentje. Die vermindering sluit immers niet naadloos aan bij de vrijstelling. De overgang van vrijstelling naar vermindering verloopt niet geleidelijk, maar bruusk. De gevolgen zijn soms pijnlijk absurd, rekende Wellens ons voor.

Een belastingplichtige die in 2005 een pensioen ontving van 12.452 euro, betaalde afgelopen jaar geen belasting. Maar als hij één euro meer had gekregen, dan moest hij plots 534 euro belastingen betalen. Hij houdt dan netto nog 11.919 euro over. Eén euro extra pensioen kost hem dus meer dan 500 euro.

Fiscaal zou zo'n gepensioneerde in dat geval best aan zijn laatste pensioeneuro verzaken. Maar dat biedt geen oplossing.

Minister van Pensioenen Bruno Tobback stelt immers in antwoord op een parlementaire vraag van 13 juli 2004 al onomwonden dat je om louter fiscale redenen niet gedeeltelijk kan of mag verzaken aan je pensioen.

Een gepensioneerde met een jaarlijkse uitkering van 11.500 euro is geen belasting verschuldigd. Logisch, zijn pensioen blijft ruim onder het grensbedrag. Indien hij daarnaast echter nog een bescheiden onderhoudsuitkering ontvangt van pakweg 150 euro, betaalt hij meer dan het bedrag van die onderhoudsuitkering terug aan belastingen.

Beeld je even in dat een werkloze met een uitkering van 12.000 euro na maanden vruchteloos zoeken naar een nieuwe baan een beroepsopleiding moet volgen bij de VDAB. Zo zal hij zijn kansen op de arbeidsmarkt verhogen. Hij ontvangt daarvoor een belastbare vergoeding van 50 euro.

Maar door die vergoeding leeft hij niet meer uitsluitend van een vervangingsinkomen en moet hij plots belastingen betalen. Liefst 360 euro. Zijn ,,gratis'' opleiding kost hem dus 310 euro (360-50).

Een wat oudere werkloze die enkele dagen ziek is, krijgt voor die dagen een ziekte-uitkering. Daardoor dreigt hij honderden euro te verliezen. Stel je voor dat zijn jaarlijkse werkloosheidsuitkering 13.500 euro bedraagt. Dat is minder dan het limietbedrag dat hij mag opstrijken zonder belasting verschuldigd te zijn. Maar door zijn ziekte zakte het bedrag tot 13.300 euro en wordt het aangevuld met 200 euro ziekte-uitkering.

Hij combineert dus plots inkomsten uit diverse categorieën en mocht daardoor vorig jaar nog maar 12.452,13 euro verdienen als hij aan de fiscus wilde ontsnappen. Hij komt daar boven uit en moet plots meer dan 900 belastingen betalen, hoewel zijn totaal bruto-inkomen geen cent is verhoogd.