Stroom maken op zee
Foto: © An Nelissen
GROOTSCHALIGE windparken voor de Belgische Kust zijn de voorbije jaren zowat het symbool geworden van milieuvriendelijke elektriciteitsopwekking in ons land. De totstandkoming van dergelijke windparken blijft tot op vandaag een verhaal van veel vallen en opstaan.
Bovendien worden geregeld verhitte discussies gevoerd over het nut van de elektriciteit die deze zogenaamde offshore-parken zullen opwekken. Vandaag zijn er twee min of meer concrete offshore-windenergieprojecten. Verst gevorderd is C-Power. Die investeert vijfhonderd miljoen euro in de bouw van zestig windturbines op de Thornton-bank, zo'n 28 kilometer uit de Belgische Kust. C-Power hoopt dit jaar de eerste zes windmolens te bouwen. In 2010 moet het volledig klaar zijn. Het moet goed zijn voor de elektriciteitsvoorziening van 300.000 gezinnen.

Eldepasco is de tweede kandidaat. Die wil nog verder in zee op de Bank zonder Naam een windmolenpark bouwen dat het jaarverbruik van 150.000 gezinnen kan dekken. Een van de initiatiefnemers van dit windmolenpark is Colruyt. Daarnaast telt België al enkel gestrande offshore-projecten. Electrabel, de combinatie SPE-Shell en nog eens C-Power lanceerden enkele jaren geleden al plannen voor de bouw van windenergieparken op zo'n vijf tot vijftien kilometer voor de Belgische Kust. Maar van al deze plannen kwam niets in huis omdat het verzet vanuit de kustgemeenten te groot was.

Over de efficiëntie van windmolenparken op zee lopen de meningen sterk uiteen. Voorstanders zeggen dat België daarmee een heel grote stap zet om de elektriciteitsproductie milieuvriendelijker te maken. Tegenstanders waarschuwen voor de hoge elektriciteitsprijs en een minder stabiele elektriciteitsvoorziening van ons land.