Belgen beginnen eindelijk energie te besparen
Foto: © An Nelissen
BELGEN verbruiken minder energie. Dat is de trend van de jongste vijf jaar, ook al golft het verbruik mee met de economische groei. In 2004 daalde het energieverbruik zelfs met drie procent vergeleken met het jaar voordien.

De grote spaarders zitten vooral in de industrie en in het bijzonder de bedrijven die energiebronnen gebruiken als grondstof voor het maken van producten.

De energieconsumptie terugdringen bij de gezinnen en van het transport blijkt heel wat moeilijker. Terwijl de industrie erin slaagt om zijn energieverbruik in absolute termen te verlagen, is het bij de gezinnen en het transport al een succes dat de consumptie op hetzelfde peil blijft hangen.

Dat tonen de energiestatistieken van de overheid 1999-2004 overduidelijk aan. Het blijft nog wel even afwachten of deze trends zich ook in 2005 doorzetten.

Het resultaat is dat het aandeel van de industrie in het totale Belgische energieverbruik tussen 1999 en 2004 is gedaald van 42 naar 40 procent. Bij de huishoudens is er een toename van 35 naar 36 procent en bij het vervoer van 23 naar 24 procent.

Opmerkelijk is wel dat het soort energie dat de Belgen verbruiken snel aan het evolueren is. Petroleum is nog steeds de belangrijkste energiebron, maar dat is snel aan het veranderen. Elektriciteit en vooral gas zijn in opkomst. Petroleum stond in 2004 nog maar in voor 48 procent van het energieverbruik in België tegenover 52 procent vijf jaar geleden.

Elektriciteit daarentegen heeft nu een aandeel van 17 procent en dat is 2 procent meer dan in 1999. Aardgas ging zelfs van 24 naar 28 procent.

Er zijn verscheidene redenen voor deze grote verschuiving.

Almaar hogere olieprijzen zetten aan tot besparing en de zoektocht naar andere energiebronnen. Bovendien wordt onder druk van Europa en het Kyoto-verdrag meer geïnvesteerd in bijvoorbeeld zuiniger auto's en verwarmingsketels. Dat zorgt onder meer voor een lichte, maar geregelde daling van het stookolieverbruik voor verwarming (min 0,7 procent van 2003 naar 2004). Het benzineverbruik is in België zelfs zeer drastisch aan het dalen (min 12,9 procent in 2004 voor super 98 en min 6 procent voor super 95). Dat heeft voor een deel ook te maken met de voortdurende verdieseling van het Belgische wagenpark. Maar de stijging van het verkochte dieselvolume is minder groot dan de terugval van het benzinevolume.

De opgang van aardgas heeft dan weer veel te maken met de aanhoudende promotie die België de voorbije twintig jaar heeft gevoerd voor aardgas. Zowel bij de gezinnen, maar ook als krachtbron voor elektriciteitsproductie. Als de investeringen in Belgische elektriciteitscentrales op een rijtje worden gezet, dan is het overgrote deel van het geld gegaan naar installaties die gestookt werden met aardgas. En de snelle uitbreiding van de gasnetten in onze straten is voor iedereen de voorbije jaren zeer zichtbaar geweest.

De komende jaren zullen ook volledig in het teken staan van nog verder doorgedreven energiebesparingen en de verschuiving van petroleumproducten naar elektriciteit en aardgas. Maar er komt nog een grote uitdaging bij. Meer en meer rijst de vraag waar en op welke manier we in de toekomst aan energie zullen geraken. De Belgische regering heeft alvast een commissie van energieexperten in het leven geroepen die tegen het najaar van 2007 een rapport moet maken op de energievooruitzichten van ons land. Deze studie moet onder meer antwoorden geven op de vraag of België wel kan zonder kernenergie en of het wel zo verstandig is om almaar afhankelijker te worden van aardgas. Het wordt ook uitkijken hoe het energieverbruik van de Belgen verzoend kan worden met het terugdringen van de broeikasgassen in ons land. En daarbij rijst de vraag of we veel of weinig hoop mogen stellen in hernieuwbare energie.

Enkele jaren geleden heeft een andere groep van Belgische energiespecialisten zich overigens al over deze vragen gebogen. De zogenaamde Ampère-commissie waarschuwde toen om niet alle heil te verwachten van hernieuwbare energie. Ze ging ervan uit dat - in het meest optimistische scenario - hernieuwbare energie uit vooral wind en biomassa ten laatste tegen 2020 zo'n tien procent van het Belgische verbruik kan dekken. Toen al weerklonk de waarschuwing om België niet te afhankelijk te maken van de invoer van aardgas, dat in de toekomst meer en meer vanuit Rusland aangevoerd zal worden. En ten slotte hielden de experts een pleidooi om kernenergie niet te snel op te geven, omdat het broeikasvrije energie oplevert. Maar de rode draad doorheen het rapport was dat België ervoor moest zorgen dat het zijn elektriciteitsverbruik dekt door gebruik te maken van verschillende energiebronnen. En de twee krachtlijn was dat er veel meer inspanningen geleverd moeten worden om het energieverbruik te temperen en zelfs te reduceren.

Het rapport van de Ampère-commissie is vandaag in de vergetelheid geraakt. Dat komt omdat de conclusies van de energiespecialisten politiek gevoelig bleken te liggen. Dat wordt nog het best geïllustreerd door beslissing van de federale regering om kerncentrales in België te sluiten vanaf 2014. De kerncentrales leverden in 2004 nog ruim 55 procent van alle elektriciteit die in België werd verbruikt. Ter vergelijking: elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zoals windturbines, afvalverbranding, waterkracht en biomassa waren in 2004 goed voor 2,3 procent van het elektriciteitsverbruik.

De ambitie is wel om dat aandeel van hernieuwbare of groene stroom de komende jaren gevoelig op te trekken. Vlaanderen streeft nu zelfs naar een aandeel van twaalf procent van de elektriciteitsproductie tegen 2015. Vandaag is dat aandeel in Vlaanderen amper 1,5 procent. Maar dat volstaat natuurlijk niet om de Belgische kerncentrales te vervangen. Er moet ook extra geïnvesteerd worden in nieuwe ,,klassieke'' elektriciteitscentrales. Aardgas lijkt het meest kans te maken als energiebron voor deze centrales. Het voorbije jaar zijn er alvast een aantal investeringsplannen in nieuwe centrales aangekondigd. Volgens de voorstanders van de kernuitstap zijn België en Vlaanderen dankzij deze projecten goed op weg om de productie van de eerste drie kerneenheden die wegvallen te compenseren. Tegenstanders van de kernuitstap vinden van niet.