Energie en klimaat verzoenen met elkaar
De komende jaren zal er een zoektocht zijn naar voldoende energie. Onheilstijdingen over onze energiebevoorrading zijn schering en inslag. En zelfs als we toch genoeg energie voor iedereen vinden, staan wij deze eeuw nog voor een andere grote uitdaging. Ons energieverbruik verzoenen met het klimaat.

ZELFS bij de Amerikaanse president George Bush groeit het besef dat een grondige koerswijziging nodig is. Hij wees zijn medeburgers er onlangs op dat ze aan een energieverslaving leiden. Dat energie weer in de schijnwerpers staat, heeft natuurlijk veel te maken met de sterke stijging van de olie- en gasprijzen van de voorbije jaren.

Rond de eeuwwisseling leek niemand zich druk te maken over energie. De energieprijzen waren ingestort ten tijde van de financiële crisis in Azië in 1997 en 1998. Een vat ruwe olie was nog geen tien dollar waard. Dat was de climax nadat de energieprijzen in de jaren negentig stelselmatig waren gedaald.

Maar wie met de wetenschap van de hoge olieprijzen van vandaag terugblikt op de jaren negentig, stelt meteen vast dat toen al de kiemen werden gezaaid voor de huidige energieproblemen.

Zo kromp de olie-industrie de budgetten in voor de financiering van de zoektocht naar nieuwe olievelden. En dat terwijl ze op dat moment eigenlijk hun investeringen gevoelig hadden moeten optrekken. Want de tijden waarin de olie- en gaswinning bijna gelijk stond aan een gat in de grond boren, waren immers voorbij. De olie- en gasexploratie verplaatste zich meer en meer naar zeer onherbergzame streken zoals Russisch Siberië, Sachalin en Alaska of naar zeer moeilijk bereikbare plaatsen zoals de Atlantische Oceaan ter hoogte van Afrika of ten westen van Schotland en Noorwegen. En zo'n exploratie noodzaakte eigenlijk een forse verhoging van de investeringen.

Tegelijkertijd werden wereldwijd olieraffinaderijen gesloten. Dat had veel te maken met de lage energieprijzen waardoor veel van dergelijke installaties zwaar verlieslatend waren. Maar de olie-industrie werd ook geconfronteerd met almaar strengere milieueisen voor de raffinaderijen. Die vloeiden onder meer voort uit de internationale afspraken om milieuvriendelijker autobrandstoffen en stookolie voor verwarming te maken. Dat had dan weer alles te maken met het Kyoto-protocol, het internationale verdrag om tegen 2012 de broeikasgassen wereldwijd met vijf procent terug te dringen.

Sinds medio 2004 wordt de rekening gepresenteerd. In absolute bedragen gerekend, steeg de olieprijs eind augustus 2005 zelfs tot zeventig dollar per vat. Zoiets was nog nooit vertoond. En tegelijkertijd groeide de overtuiging dat de olie nog veel duurder kan worden. En het waren niet enkel de olieprijzen die piekten. Procentueel stegen de aardgasprijzen nog meer.

Die hoge prijzen spraken des te meer tot de verbeelding omdat de zeer lage energieprijzen bij de meeste mensen nog vers in het geheugen zaten. Net als eind de jaren negentig, toen de Aziatische crisis de energieprijzen kelderden, is het vandaag opnieuw Azië dat ervoor zorgt dat de energieprijzen pieken.

De verrassend snelle opgang van China als economische grootmacht kost dit land heel veel energie. De groei van het energieverbruik van China spreekt tot de verbeelding. Tussen 2000 en 2003 steeg het olieverbruik met 15,7 procent. Maar in 2004 alleen al werd een verbruiksstijging met 15,8 procent opgetekend vergeleken met 2003.

Het zorgde ervoor dat het energieverbruik in 2004 wereldwijd met 3,4 procent toenam. Ter vergelijking: de gemiddelde groei tussen 1998 en 2003 bedroeg slechts 1,2 procent.

Zo'n verbruiksgroei pakte de olie-industrie in snelheid. De olie-industrie die in de jaren negentig juist genoeg investeerde om de beperkte groeiverwachtingen bij te benen, stelde plots vast dat het energieverbruik in China veel sneller steeg dan de olieproductie.

Het resultaat is dat vandaag iedereen veel energie steekt in maatregelen die de energiefactuur van de burger en de industrie moet drukken. De oliemaatschappijen hebben grote investeringsprogramma's ontvouwd om nieuwe oliebronnen aan te boren of de capaciteit van de bestaande velden op te trekken. De overheden - ook in België - nemen allerlei initiatieven om de energierekening te verlagen of de burger aan te zetten om minder energie te verbruiken.

Of het allemaal veel zoden aan de dijk zal zetten om de prijs te drukken, valt te betwijfelen. En tegelijk moet de vraag gesteld worden of lage energieprijzen nog wel opportuun zijn.

Is een olieprijs van tien dollar nog mogelijk? Zeg nooit neen, maar de kans dat zoiets gebeurt is toch zeer klein geworden. Dat heeft ten eerst veel te maken met de eindigheid van de olie- en gasreserves. Normaal wordt tijdens deze eeuw een punt gezet achter het olietijdperk. Aan het huidige verbruikstempo is er volgens het statistische energiejaarboek 2005 van BP nog voor goed veertig jaar olie en nog voor bijna 67 jaar aardgas. Een oliemaatschappij zoals het Amerikaanse Exxon maakt zich wel sterk dat het nog niet zo'n vaart zal lopen met het uitputtingsscenario. Mits voldoende investeringen in nieuwe technologie kan ook olie gewonnen worden uit bijvoorbeeld teerzand en leisteenolie. Daarvan zijn nog zeer grote voorraden die tot nog toe amper zijn aangesproken.

Bovendien moet rekening worden gehouden met een blijvende toename van het wereldenergieverbruik. China vormt een goede les. Zelfs na de sterke groei ligt het energieverbruik per inwoner nog een stuk lager dan in het geïndustrialiseerde Westen. Zo lag in China in 2003 het gemiddelde elektriciteitsverbruik per inwoner bijna vijf keer lager dan het gemiddelde verbruik van de lidstaten van de OESO. Het gemiddelde elektriciteitsverbruik in heel Azië en in heel Afrika zelfs dertien tot vijftien keer lager. Dat blijkt het energierapport 2005 van het Internationaal Energieagentschap.

En dan is er nog de nauwe band tussen energie en politiek. Politieke spanningen wogen in het verleden regelmatig op de energieprijzen. In de toekomst zal dat niet anders zijn. Wat olie betreft worden we de komende jaren almaar afhankelijker van het Midden-Oosten. Vandaag halen de landen aan de Perzische Golf aangevuld met Nigeria en Venezuela zowat een derde van de olie boven die nodig is om het huidige wereldverbruik te dekken. De verwachting is dat dit na 2010 snel zal toenemen tot circa vijftig procent.

Hetzelfde scenario voor aardgas. Zo is Rusland goed op weg om zowel voor Europa, de VS als Azië de belangrijkste gasproducent te worden. De verwachting is dat meer dan vijftig procent van het Europese aardgasverbruik gedekt zal worden door aanvoer vanuit Rusland.

De voorbije maanden ervaarden enkele Europese landen al dat dit niet zonder risico's is. De Russen draaiden de gaskraan al twee keer dicht. Een eerste keer omdat het overhoop lag met onder meer Oekraïne, een tweede keer omdat in Rusland zelf door het winterweer het gasverbruik veel hoger lag dan verwacht.

En er is ten slotte het probleem van de opwarming van de aarde. Meer energie verbruiken - vooral een combinatie van olie, gas en steenkool - staat vandaag gelijk aan meer broeikasgassen de atmosfeer injagen. Om de klimaatopwarming af te stoppen worden draconische maatregelen in het vooruitzicht gesteld. Neem België als voorbeeld. Tegen 2012 moet de CO2-uitstoot met 7,5 procent dalen vergeleken met het peil van 1990. En dat is maar klein bier vergeleken met wat vooropgezet is voor de periode na 2012: een CO2-reductie van twintig tot dertig procent.

Een gewaarschuwd man of vrouw is er twee waard. Wie vandaag alles zet op energiebesparing, trekt meer dan waarschijnlijk een serieuze wissel op de toekomst en is goed op weg om te vermijden dat zijn energieconsumptie een flinke hap haalt uit zijn gezinsbudget.

Nog op zoek naar extra motivatie? Er worden vandaag om de haverklap doembeelden opgehangen over onze energie- en klimaattoekomst. Olieprijzen van 200 tot 250 dollar per vat. Of gas- en olielanden die hun energiesterkte gebruiken om hun politieke wil door te drukken.

De klimaatopwarming levert ook al inspiratie op voor spannende Hollywood-films. Zoals de sciencefictionfilm The day after tomorrow waarin New York eerst geteisterd wordt door gigantische overstromingen die daarna veranderen in een onleefbare ijszee. Meer dan dertig miljoen mensen over de hele wereld hebben deze rampenfilm gezien sinds hij in mei 2005 voor het eerst in de bioscopen kwam. Op het einde van de film belooft de Amerikaanse vice-president zelfs zijn leven te beteren. Wie morst met energie, kan een zware rekening gepresenteerd krijgen, is de moraal van het verhaal. Wat zei Bush enkele weken geleden alweer over de American way of energie verbruiken?