Nieuwe regels voor het werelddorp
De wereld globaliseert, of we nu willen of niet. Dat heeft goede kanten, en slechte. Globalisering is al jarenlang het voorwerp van veel discussie. En dat zal voorlopig niet veranderen. Ruben Mooijman, illustratie dirk Huyghe

7 SEPTEMBER 1998. Dat is de geboortedatum van de globalisering. Tenminste, in deze krant. Op die dag verscheen een artikel waarin het bewuste woord voor het eerst voorkwam. Nog niet in de betekenis die we er nu aan geven. Maar dat duurde niet lang. Het woord sloeg aan. In die septembermaand verschenen nog vier andere artikelen over globalisering, meestal in de economische betekenis. Soms werd het woord nog tussen aanhalingstekens gezet. Het was immers nieuw.

In 1998 verschenen in De Standaard 24 artikelen met het woord globalisering erin. Het jaar daarop 77. In 2000 waren het er 103. Het jaar daarop 259. Globalisering is in korte tijd een belangrijk nieuwsonderwerp geworden. Er gaat nu geen week voorbij of er wordt ergens melding gemaakt van de gevaren of de kansen van globalisering.

Het is niet omdat het woord nog maar ruim zeven jaar bestaat dat globalisering nieuw is. Het verschijnsel bestaat natuurlijk al veel langer. Wel nieuw is de manier waarop we erover zijn gaan denken. Globalisering wordt nu gezien als een verschijnsel dat positieve effecten met zich mee kan brengen, maar ook veel nadelen heeft. Daardoor is het een onderwerp waarover veel gedebatteerd wordt. Het heeft zelfs aanleiding gegeven tot de opkomst van een hele beweging: het andersglobalisme. Die beweging vindt dat de manier waarop de wereld nu globaliseert, niet de juiste is.

Maar wat is globalisering nu precies? De Canadese communicatiewetenschapper Marshall McLuhan heeft dat in twee woorden uitgedrukt. McLuhan introduceerde het begrip global village , of werelddorp. Net zoals in een klein dorp iedereen met elkaar in contact staat, is dat nu ook het geval met wereldburgers. Twee factoren hebben daar in hoge mate aan bijgedragen: de opkomst van de wereldhandel en de technologische vooruitgang.

Om met dat laatste te beginnen: dankzij satellietcommunicatie, straalvliegtuigen en vooral het internet is het veel makkelijker geworden om contact te hebben met andere delen van de wereld. Een e-mailtje naar Australië, Brazilië of Japan kost zo goed als niks. Via CNN krijgen we 24 uur per etmaal de actualiteit uit de hele wereld aangeboden. En intercontinentaal vakantievieren is een doodnormale zaak geworden.

Naast de wereldomspannende communicatie is ook de mondiale handel sterk gegroeid. In 2004 werd er wereldwijd voor meer dan 9.000 miljard dollar verhandeld. Dat is, gecorrigeerd voor inflatie, 150 maal zoveel als in 1948. Tegenwoordig is het heel gewoon om in de supermarkt boontjes uit Kenia of kiwi's uit Nieuw-Zeeland te kopen. Noordzeegarnalen worden eerst naar Marokko vervoerd, omdat het pellen daar goedkoop is, en gaan dan weer terug naar België.

Vooral door de groei van de wereldwijde handel is de globalisering in een kwaad daglicht komen te staan. Niet elk land plukt daar immers in even grote mate de vruchten van. Het valt niet te ontkennen dat de globalisering enkele slechte uitwassen met zich mee heeft gebracht. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de exportsubsidies die rijke landen als de VS en de EU kwistig uitdelen om hun landbouwoverschotten kwijt te raken. Zelf houden ze hun grenzen gesloten voor de goedkopere producten uit andere continenten, maar tegelijk hebben producenten in veel arme landen het moeilijk om met de gesubsidieerde Europese (landbouw)producten te concurreren. Niet zelden kunnen boeren in een arm land nauwelijks rondkomen doordat Europees melkpoeder goedkoper is dan de melk van hun eigen koeien. Mede op aandringen van de andersglobalisten heeft het Westen nu beloofd een einde te maken aan die exportsubsidies. Maar de uitvoering van die beloften verloopt traag en moeizaam.

Aan de andere kant klagen westerse economieën over valse concurrentie door lagelonenlanden. Veel industrie is naar Oost-Europa verhuisd. Computerprogramma's worden op grote schaal geschreven in India. En China is als opkomende industriële macht haast niet te stuiten. Ook dat is het gevolg van de globalisering.

Het effect van die steeds breder wordende handelsstromen is tweeslachtig. Aan de ene kant profiteren landen als China en India er volop van. Dankzij de globalisering kunnen in die landen grote bevolkingsgroepen een beter bestaan tegemoetzien. Maar tegelijk leidt de globalisering ertoe dat er vooral wordt geproduceerd op plaatsen waar de arbeidsvoorwaarden het minst gunstig zijn. In China bestaan bijvoorbeeld geen vrije vakbonden, en de werknemers in de grote fabrieken hebben nauwlijks rechten.

De kritiek van de andersglobalisten richt zich voor een groot stuk op enkele instellingen die geacht worden de globalisering in goede banen te leiden. Met name gaat het om de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Op elk van die instellingen wordt niet mis te verstane kritiek gericht. De WTO, die een soort scheidsrechtersrol speelt in conflicten over wereldhandel, wordt ervan beschuldigd impliciet partijdig te zijn. Rijke landen hebben immers veel meer geld en middelen om hun zaak goed voor te bereiden en te verdedigen. Ook bij het opstellen van de WTO-regels hebben de arme landen maar heel weinig inbreng. De WTO-top in Cancún, in 2003, werd door de andersglobalisten als een overwinning ervaren omdat de ontwikkelingslanden de voorstellen van het Westen niet wilden accepteren.

De kritiek op het IMF en de Wereldbank heeft dan weer te maken met het neoliberale recept dat deze instellingen aan ontwikkelingslanden voorschrijven. Jarenlang hanteerden deze instellingen, die leningen toestaan en projecten financieren, een vrijemarktdogma waarvan het effect betwistbaar is. Ontwikkelingslanden moesten hun overheidsapparaten afbouwen, concurrentie stimuleren en hun grenzen opengooien, anders kregen ze geen geld. Maar dat recept bleek lang niet altijd te werken. Bij het IMF en de Wereldbank zijn nu, heel langzaam weliswaar, ook zaken aan het veranderen.

Een negatief effect van de globalisering is de aantasting van het leefmilieu. De welvaartstoename gaat gepaard met een veel grotere energieconsumptie, meer vervuiling en aantasting van ongeschonden natuurgebieden. De stijging van de prijs van olie en andere grondstoffen heeft bijvoorbeeld veel te maken met de enorm sterke economische groei in China. Als alle inwoners van dat land evenveel gaan consumeren als wij in het Westen, zijn de gevolgen op het vlak van energieschaarste en vervuiling niet te overzien.

Nog een ander gevolg van de globalisering waar veel kritiek op is, betreft de uniformisering. Vooral Amerikaanse producten veroveren de wereld. Coca-cola is tot in de meest afgelegen uithoeken te vinden. McDonald's is actief in 119 landen. Microsoft heeft een bijna-monopolie op besturingssystemen voor pc's. En in heel wat landen heeft de lokale film- en televisie-industrie het moeilijk om op te boksen tegen de populaire Hollywoodfilms en -programma's.

Dat overal in de wereld dezelfde producten te koop zijn, kun je zien als een culturele verarming. De slow-foodbeweging, in 1986 opgericht door de Italiaan Carlo Petrini, is bijvoorbeeld een reactie op de fastfood die de wereld verovert en lokale culinaire tradities bedreigt. Aanhangers van slow food vinden dat voeding lokaal verankerd moet zijn in plaats van een geglobaliseerde eenheidworst te worden.

Veel landen, ook België, geven hun filmindustrie subsidies omdat ze anders platgewalst worden door Hollywood. De Amerikanen, die uiteraard voorstander zijn van deze vorm van globalisering, willen dan ook liefst dat ook culturele producten aan de WTO-regels onderworpen worden.

Tegenwoordig worden ook steeds meer vragen gesteld bij de effecten van globalisering op de landbouw. Door de toenemende handel kunnen de landen die het goedkoopst produceren, hun producten overal verkopen. Maar de schaalvergroting die daarmee gepaard gaat, kan negatieve gevolgen hebben op het landschap, het milieu, de arbeidsvoorwaarden of de voedselveiligheid. Europa probeert bijvoorbeeld met man en macht genetisch gemanipuleerde gewassen buiten de deur te houden, maar slaagt daar steeds minder goed in.

Over één ding zijn zowel voor- als tegenstanders van globalisering het eens: er valt niet aan te ontsnappen. De kunst is zoveel mogelijk positieve en zo weinig mogelijk negatieve effecten over te houden aan de globalisering. En over hoe dat moet, zal nog wel heel wat inkt vloeien. De eerste maand van 2006 verschenen in deze krant alweer 17 artikelen over globalisering.