Diamant met  curry
Kaushik Meta Foto: © WDK
Eeuwen beheersten orthodoxe joden de Antwerpse diamantmarkt. In geen tijd hebben Indiërs de handel overgenomen. ,,Crisissen zijn kansen. Als het hard waait, moet je niet schuilen, maar windmolens bouwen.''

MAZEL und Brucha (geluk en zegening): in het Antwerpse diamantkwartier worden de deals nog altijd met dezelfde eeuwenoude Jiddische formule bezegeld. Maar verder is niets nog hetzelfde. Met haar synagogen en joodse scholen ademde de buurt rond de Hoveniersstraat lange tijd de sfeer van een moderne sjtetl, het traditionele joodse dorp in Oost-Europa. Nergens anders in Europa overleefde zo'n grote gemeenschap van orthodoxe joden als in 'het Jeruzalem van het Westen'. Vandaag verdringen jonge Indiërs in Armanipak de chassidim met hun zwarte hoeden en pijpenkrullen. Op straat hoor je minstens evenveel Engels als Hebreeuws en Jiddisch. En de Diamantmijl (serveert niet langer alleen kosjer, maar de heetste curry van 't Stad .

Alleen in de Diamantclub, gesticht in 1886, lijkt de tijd te zijn blijven stilstaan. Joodse handelaars uit Londen en New York zitten er als vanouds met een loep gebogen over stapeltjes diamant. De Indiase nieuwkomers loop je hier maar zelden tegen het lijf. ,,Die blijven liever in hun kantoren, waar de echt grote zaken worden gedaan'', klinkt het bitter.

Twintig jaar geleden was de handel in Antwerpen nog voor 75 procent in handen van joodse diamantairs, een traditie van vader op zoon die teruggaat tot de vijftiende eeuw. Vandaag hebben ze nog hooguit 25 procent. ,,De joodse mens verliest zijn brood'', klagen oudgedienden. Oude familiebedrijven hebben het moeilijk. Jongeren krijgen de raad hun toekomst buiten de diamant te zoeken, want het vet is van de soep. Elk jaar zouden honderden joden naar Israël of New York uitwijken.

Verantwoordelijk voor de terugval in de joodse nering is de machtsgreep van Indiase diamantairs, ,,even spectaculair als de doorbraak van India in de IT-sector'', schreef The Wall Street Journal. In twintig jaar steeg hun aandeel in de Antwerpse handel van 25 naar 65 procent. De Indiërs begonnen heel bescheiden met de allerkleinste steentjes, minder dan 1 karaat, cutting the uncuttable, zoals dat in het vakjargon heet. Maar intussen zijn zij de nieuwe grootmacht.

India vertegenwoordigt in karaat tachtig procent van de wereldhandel, in waarde 55 procent. Negen van de tien ruwe diamanten worden in India geslepen. ,,Niet moeilijk'', zeggen ze in Antwerpen, waar slechts enkele hooggespecialiseerde slijperijen overleven. ,,Het is oneerlijke concurrentie: armoelonen, geen sociale lasten. De Indiase slijperijen zijn tot acht keer goedkoper.''

,,Het vakmanschap en de liefde voor het steentje gaan verloren'', klagen de traditionalisten op de vier Antwerpse diamantbeurzen, die ooit de enige op de wereld waren - intussen zijn er twintig wereldwijd. ,,Met de komst van de Indiërs regeert het grote geld: grote omzet, smalle winstmarges.''

,,De joodse diamantairs klagen te veel'', reageren de zelfbewuste nieuwkomers. ,,Crisissen zijn kansen. Als het hard gaat waaien, moet je niet schuilen voor de wind, maar windmolens bouwen. Ze dachten dat ze zich konden afsluiten van de rest van de wereld en zo hebben ze de trein van de mondialisering gemist.''

Allemaal familie

Kaushik Mehta leunt ontspannen achterover in zijn fauteuil. ,,In de diamantwereld van vandaag zitten de concurrenten overal'', zegt de diamantair. ,,Alleen wie flexibel is en genoeg entrepreneur om alle kansen aan te grijpen, zal overleven. De business vandaag is zo veeleisend geworden. Niet groeien betekent achteruitgaan.''

Metha is de baas van Eurostar Diamond Traders, de nummer twee in Antwerpen, na Rosy Blue van zijn naamgenoot Dilip Mehta. De diamanthandel is een kleine wereld: alle Indiërs heten Mehta, tenzij ze Shah of Jhaveri heten. Ze komen allemaal uit de deelstaat Gujarat, tussen Delhi en Mumbai, meer bepaald uit het provinciestadje Palanpur. En ook in Antwerpen zijn ze buren. Slechts vier verdiepingen scheiden Eurostar en Rosy Blue in hetzelfde prestigieuze kantorencomplex in de Hoveniersstraat. Daar zit ook NV Diamond Cutters van Sailesh Mehta en de PVBA Diampex van Bharat Shah, allemaal handelaars uit Palanpur. De mondialisering heeft in de diamant een uitgesproken dorpse bijsmaak. Zeker omdat zo goed als alle bedrijven familiebedrijven zijn.

Kaushik Mehta kwam in 1974 op aanraden van een oudere broer naar Antwerpen, leerde er het vak en richtte vier jaar later zijn eigen bedrijf op. In die dagen telde de Indiase gemeenschap hoop en al vijftien families. Intussen is Eurostar uitgegroeid tot een wereldspeler met een omzet van 900 miljoen euro en 10.000 werknemers op alle continenten.

De eerste slijperij in het Kempische Bevel is allang dicht, wegens te duur. Eurostar bewerkt zijn ruwe steentjes nu onder meer in China - een diamantdorp met 4.500 werknemers - en vanaf volgend jaar ook in het Afrikaanse Botswana. En omdat met sieraden meer winst te maken valt dan met diamanten, kocht het onlangs de op één na grootste juwelier van China op. Dat heet vooruitdenken. ,,In Antwerpen is alleen ons hoofdkwartier, met 75 mensen'', bekent Mehta. ,,Omdat dit de grootste marktplaats ter wereld blijft.''

Hoe dominant de Indiërs ook zijn op de wereldmarkt, in de Antwerpse bestuursorganen waren ze lange tijd ondervertegenwoordigd. Vooral de Hoge Raad voor de Diamant bleef vast in de handen van de joods-Vlaamse lobby. Tot vorige maand: toen meldden zich na verkiezingen in één klap vijf Indiase diamantairs in het bestuur. En Kaushik Mehta werd verkozen tot ondervoorzitter. ,,Een grote zege voor India'', schreef The Economic Times. Al was een Indiase voorzitter uiteraard nog beter geweest.

,,Zo bekijk ik het helemaal niet'', zegt Mehta diplomatisch. ,,Het gaat niet om Indiërs tegen joden. Wij hebben hier nooit met iemand conflicten gehad. Business is business: als een joodse handelaar goedkoper is, koop ik bij hem. Het probleem is dat de Hoge Raad te weinig de realiteit van de sector weerspiegelde. Het zijn de handelaars die het beleid moeten bepalen. Anders dreigt Antwerpen zijn plek aan de top van de diamantwereld kwijt te raken.''

Joden en Indiërs hebben een gemeenschappelijk belang, betoogt Mehta. En ze hebben ook een zekere culturele verwantschap. De Indiase diamantairs zijn jaïn, een religieuze minderheid met een sterke sociale identiteit en al bijna net zulke strenge leefregels als de orthodoxe joden. Het jaïnisme predikt spirituele verheffing en een totaal respect voor elke vorm van leven.

Ook de Antwerpse diamantairs zijn veganisten. Ze eten zelfs geen honing en onderaards groeiende groenten als aardappelen, uien en wortelen, want daar zouden weleens kleine beestjes in kunnen zitten. De jaïncultuur van geweldloosheid, die onder meer Mahatma Gandhi beïnvloedde, gaat ver. ,,In India dragen monniken zelfs tijdens het eten een doekje voor de mond om niet per ongeluk een insect in te slikken'', vertelt Mehta.

Jaïn en chassidische joden vormen ook allebei een gesloten gemeenschap, die sterk op de familie gericht is. Zowat alle Indiase diamantairsfamilies in Antwerpen zijn verwant, is het niet door de bloedband, dan door het huwelijk. Mehta's trouwen met Shah's en Shah's met Mehta's.

,,Niet met het oog op zakelijke banden, maar omdat we onze zonen en dochters nu eenmaal liever zien trouwen met iemand uit onze geboortestad'', beweert Kaushik Mehta. De familiebanden strekken zich over de continenten uit. Ook buitenlandse vestigingen worden bij voorkeur met neven en ooms bevolkt, wat tot een ongeëvenaard internationaal netwerk leidt.

,,Van acht tot zes mogen we concurrenten zijn, daarna vormen we één grote familie'', zegt Kaushik Mehta. Het is een originele variant op de spreuk think globally, act locally. Net omdat jaïns altijd in eigen kring leven, voelen ze zich overal op aarde thuis.

Glitter en glamour

Little Bombay, noemen Antwerpenaars de villawijk nabij het Nachtegalenpark in Wilrijk waar de rijkste Indiase diamantairs wonen. Engelse cottages, kleine kastelen, pompeuze residenties met tuinen groter dan een voetbalveld: dit is een buurt van topindustriëlen, chirurgen en steradvocaten, waar je met een Ferrari of een stel bodyguards nauwelijks opvalt. De eerste Indiër streek hier in de jaren zestig neer, intussen woont hier een dertigtal families.

,,Zestig procent van de villa's op de markt is hier de jongste tien jaar door Indiërs gekocht'', weet Kaushik Mehta. ,,Als wij ooit weggaan, vallen de prijzen terug tot de helft.''

Maar dat vertrek lijkt nog niet meteen voor morgen. Want in de Laarstraat in Wilrijk, op de oude sportterreinen van de Compagnie Maritime Belge, bouwen de jaïns al enkele jaren aan een tempel met een cultureel centrum erbij. Het gebeeldhouwde marmeren bouwsel wordt in stukken vanuit Gujarat overgebracht en ter plaatse als een legdoos ineengepast. Geschatte prijs: ruim 20 miljoen euro. Omdat de plannen zo vaak veranderden, liep de bouw flink wat vertraging op. De eerste steen werd al in 1996 gelegd. Uiterlijk eind 2007 zou alles klaar moeten zijn.

De vader van het tempelproject is de zeer devote en puissant rijke diamantair Veejay Shah, de baas van het bedrijf Vijaydimon. Shah veroorzaakte in 2002 grote ophef in de media met het sprookjeshuwelijk van zijn zoon en dochter in Mechelen. Decorbouwers van Bollywood bouwden daar de Nekkerhal om tot het paleis van een Rajastaanse maharadja. Bij de speciaal overgevlogen duizenden gasten waren de Oppenheimers van de diamantgrootmacht De Beers en de Indiase staalbaron Lakshmi Mittal.

De Indiase diamantairs houden ervan met geld te gooien, dat is goed voor hun prestige in de sector. Toen Veejay Shah onderscheiden werd met de Leopoldsorde, vierde hij dat in het Antwerpse Hilton met een privé-optreden van LaToya Jackson. Ook de jaarlijkse cricketmatch tussen de Indiase jeunesse dorée en De Beers groeit telkenmale uit tot een mondain evenement. Diamantairs overtroeven elkaar met dure surprise-acts. Als de ene Cirque du Soleil boekt, haalt de ander de Londense musical Bombay Dreams naar Antwerpen. Hoe zoveel spilzucht te rijmen valt met het ascetisme van de jaïn-religie, zal voor buitenstaanders wel altijd een raadsel blijven. ,,Niet alle gelovigen kunnen heiligen zijn'', zegt Kaushik Mehta filosofisch. ,,De zakenwereld stelt ook zijn eisen.''

De Indiase naam Mehta betekent boekhouder. En het moet gezegd: van creatief boekhouden hebben de Indiase diamantairs verstand. Vele zijn alleen in naam Antwerpse bedrijven, dankzij holdings in Luxemburg betalen ze nauwelijks belastingen in België. Maar dat behoort al tijden tot de geplogenheden van de diamantsector, met zijn gespecialiseerde belastingregime. De Indiërs pakken het als wereldspelers alleen professioneler aan.

En uiteindelijk zijn de rijke Indiase diamantairs van Antwerpen maar kleine jongens vergeleken met de grote zakenmogols uit hun land. Neem staalbaron Lakshmi Mittal, op dit ogenblik verwikkeld in een heroïsche overnamestrijd rond de Europese staalgroep Arcelor. Mittal is als de op twee na rijkste ondernemer ter wereld zomaar even 21 miljard dollar waard. De selfmademan woont in Kansington Palace, bijgenaamd 'Taj Mahal', met zijn op 103 miljoen euro geschatte waarde de duurste privé-woning in Londen. En toen zijn dochter trouwde, huurde Mittal doodleuk voor zes dagen het paleis van Versailles af.

Diamantminister

Lange tijd volgden de Indiase diamantairs in Antwerpen het motto van alle superrijken: pour vivre heureux, vivons cachés. Maar de jongste tijd treden ze als gemeenschap nadrukkelijker naar buiten. Begin dit jaar werd in het Albertpark een buste van Mahatma Gandhi, de grote Indiase onafhankelijkheidsstrijder uit Gujarat, onthuld. Een symbolische geste die de Indiërs van Antwerpen officieel op de kaart zet.

Zo had ook provinciegouverneur Paulus het begrepen. ,,Voor de Indiase gemeenschap moet Antwerpen meer zijn dan een werkplek'', zei hij tijdens zijn toespraak. ,,Het moet een huis worden waar het goed is om te leven.''

,,We zijn hier uiteraard minder lang dan de joodse gemeenschap'', zegt Kaushik Mehta in zijn kantoor in de Hoveniersstraat. ,,Maar intussen is het toch al veertig jaar en als het van ons afhangt, willen we blijven. Onze nieuwe generatie gaat intussen ook steeds meer naar Vlaamse scholen. Een teken dat we wortel beginnen te schieten.''

Misschien, maar zullen de Indiërs niet snel weer weg zijn als het elders beter is voor hun business? Naar Dubai, bijvoorbeeld, dat lokt met vijftig jaar belastingvrijheid? ,,Dat geloof ik niet'', zegt Metha. ,,België heeft geen diamantmijnen, de slijperijen zijn weg en elders op de wereld is de consumentenvraag naar diamant veel groter, maar als mondiale marktplaats heeft Antwerpen andere troeven. Het moet natuurlijk wel de ogen openhouden voor de concurrentie. Ik heb uw premier Verhofstadt ooit gezegd: waarom komt er geen speciale minister voor de diamant?''