BRUSSEL - België moet niet katholieker willen zijn dan de paus inzake ontwikkelingssamenwerking. Er moet weer plaats zijn voor gebonden hulp, waarbij België steun geeft aan een land in de derde wereld dat daarop met die hulp bestellingen plaatst bij Belgische bedrijven. Als dat gebeurt volgens de internationale regels, hoeven er niet opnieuw ongelukken te gebeuren.

DE werkgeversfederatie Agoria koos gisteren heel duidelijk positie in het debat over de rol van de privé-sector in de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Door de schandalen met de Witte Olifanten, dure projecten die vooral het Belgische bedrijfsleven ten goede kwamen, was er het jongste decennium geen plaats voor de privé-sector binnen de ontwikkelingssamenwerking.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Marc Verwilghen (VLD) kondigde begin april een ommekeer aan, wat voor 11.11.11 aanleiding gaf tot kritische opmerkingen. Agoria vindt dat de ngo's hun ,,halsstarrig ideologisch verzet moeten laten varen'' en stelt dat Verwilghen de privé-sector gerust een nog grotere rol mag toebedelen. Want ,,privé-investeringen dragen bij tot vooruitgang in landen in de derde wereld''.

De ministerraad gaf al zijn zegen aan de oprichting van een expertisefonds en een ondersteuningsfonds, die met geld van ontwikkelingssamenwerking vooral bedrijven in ontwikkelingslanden zullen helpen bij het opzetten van investeringsprojecten. Maar waarom zouden ook Belgische kmo's niet kunnen rekenen op steun van ontwikkelingssamenwerking om een haalbaarheidsstudie te financieren voor een project in bijvoorbeeld Uganda. En waarom zouden ook Belgische bedrijven niet mogen rekenen op de hulp van een ondersteuningsfonds?

Dominique Michel, secretaris-generaal van Agoria, haalde het voorbeeld aan van een Belgisch bedrijf dat plannen heeft voor de bouw en het beheer van drie elektriciteitscentrales in Congo, annex een centrum voor opleiding en gezondheidszorg. ,,Het bedrijf, waarvan ik de naam niet kan noemen, zoekt nu middelen voor die investering.'' Het ondersteuningsfonds van Verwilghen zou hiervoor ideaal zijn, aldus Agoria.

Ook inzake het heikele discussiepunt van de gebonden hulp is Dominique Michel duidelijk: ,,We vragen gewoon dat België de regels volgt van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) maar ook niet meer doet, zoals vandaag het geval is.'' De Oeso stelt dat hulp ongebonden moet zijn voor projecten in de minst ontwikkelde landen die meer kosten dan 800.000 euro. ,,Voor andere ontwikkelingslanden mag de hulp wel gebonden zijn.'' Dominique Michel verwees naar Nederland, dat jaarlijks 100 miljoen euro uittrekt voor projecten in ontwikkelingslanden waarbij minstens 60 procent gebonden hulp is. ,,Laten we werken zoals onze Hollandse collega's'', is de oproep van Michel.