BRUSSEL - Wie zijn beurstaks, die de afgelopen twee jaar onterecht werd ingehouden, wil terugvorderen, kan dat in principe vanaf de eerste week van januari. Als iedereen een terugbetaling eist, zal dat de schatkist 330 miljoen euro kosten.



HET Europese Hof van Justitie oordeelde op 15 juli van dit jaar dat twee taksen die ons land heft bij de uitgifte van 'nieuwe' effecten - aandelen, obligaties, beleggingsfondsen - strijdig zijn met het Europese recht. Het gaat om de taks op de materiële levering van effecten aan toonder en de beurstaks. De eerste taks - sinds dit jaar verdrievoudigd tot 0,6 procent - dateert van 1 januari 1997. De tweede - 0,14 tot 1 procent afhankelijk van het product - gaat al mee van 10 februari 1914.

Ze zijn in strijd met een Europese richtlijn uit 1969 die stelt dat geen belasting geheven mag worden op het ,,bijeenbrengen van kapitaal''. Die taksen zijn dan ook alleen maar onwettig voor zover ze slaan op de uitgifte van nieuwe effecten.

De regering besloot daarop om de taksen terug te betalen die sinds 16 juli 2002 ten onrechte werden ingehouden. Dergelijke taksen kunnen in principe tot twee jaar na de betaling ervan teruggevorderd worden. Voor iemand die op 14 juli 2004 de taks nog betaald heeft, kan de terugvordering dus tot 14 juli 2006.

Maar die tweejarige termijn betekent ook dat iemand die op 17 juli 2002 die taks betaalde, al te laat zou zijn om hem nog terug te vorderen. Om die reden werd in de programmawet ingeschreven dat de beurstaks minstens kan teruggevorderd worden tot drie maanden volgend op de maand van de publicatie van de wet. Naargelang dit nog dit jaar of in de eerste week van volgend jaar gebeurt, zal de beurstaks in elk geval teruggevorderd kunnen worden tot eind maart of april. Zo vermijdt de regering dat door het uitblijven van de terugbetalingsprocedure een hoop belastingplichtigen uit de boot zouden vallen.

Er zijn fiscalisten die beweren dat ook de taksen van voor 16 juli 2002 teruggevorderd kunnen worden, maar dat zal dan via gerechtelijke weg moeten gebeuren. Op het kabinet Reynders is men ervan overtuigd dat dergelijke acties niet veel kans zullen maken. Niet de financiële instellingen, maar een specifieke dienst binnen de Federale Overheidsdienst Financiën zal belast worden met de terugbetaling. De belastingplichtigen die daarop menen recht te hebben, zullen een soort aangifteformulier moeten invullen en versturen naar de fiscus met daarbij het bewijs dat ze in de betrokken periode die beurstaks onterecht betaald hebben. Dat zal bijvoorbeeld kunnen door het voorleggen van een voor eensluidend verklaarde kopie van het aankoopborderel. Dat aangifteformulier zal bij de fiscus verkrijgbaar zijn of van het Internet kunnen gehaald worden. Dat zal kunnen vanaf begin januari.

Als alle belastingplichtigen van hun vorderingsrecht gebruik zouden maken, zou dat de schatkist 330 miljoen euro kosten, heeft het kabinet Reynders berekend. Maar een dergelijke vaart zal het allicht niet lopen. Wie de terugvordering eist, geeft de fiscus op een blaadje op welke nieuwe effecten hij ingeschreven heeft. Anoniem is de terugvordering immers niet mogelijk. Net die anonimiteit koesteren heel wat belastingplichtigen, zeker zij die ervoor gekozen hebben om hun effecten materieel te laten leveren.