BRUSSEL - De Belgische kamers van koophandel in het buitenland zullen het volgend jaar zonder subsidie moeten stellen. Voor sommige betekent dat het einde. Het bedrijfsleven is niet te spreken over deze maatregel van de minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht (VLD).

ZONDER subsidie zullen we een deel van onze dienstverlening moeten schrappen, zegt Marc Herbrand van Debelux, de Duits-Belgisch-Luxemburgse kamer van koophandel, vanuit Keulen. Op het moment is zo'n 40 procent van Herbrands begroting afkomstig van overheidssubsidies. Volgend jaar wordt dat percentage drastisch teruggeschroefd tot nul.

Debelux is van plan om alle activiteiten te schrappen die geen financiële return bieden. Dat betekent dat er geen persconferenties meer georganiseerd zullen worden om Belgische producten en diensten in de verf te zetten. En dat Duitse bedrijven er niet langer vrijblijvend terechtkunnen voor eenvoudige inlichtingen over zakendoen in België. ,,Dat zal het imago van België niet ten goede komen'', zegt Herbrand.

En dan hoort Debelux nog bij de grotere kamers. Voor de kleintjes dreigen nog zwaardere gevolgen: zij worden in hun voortbestaan bedreigd. Allan Matthys van de Federatie van de Kamers van Koophandel en Nijverheid, die zo'n 45 Belgische kamers in het buitenland overkoepelt, spreekt over een ,,ramp'' en een ,,drama''. Hij schat dat meer dan driekwart van de kamers zonder subsidies niet kan overleven.

De Belgische kamers in het buitenland dienen als aanspreekpunt voor Belgische ondernemingen die zaken doen in het buitenland. Ze helpen bedrijven met de aanpassing aan de lokale cultuur, de wetgeving en assisteren bij handelsmissies. De federatie is nu druk aan het lobbyen om de maatregel terug te draaien. Ook bij de ambassades zou onrust ontstaan zijn. Zij zijn hun economische dienstverlening aan het afbouwen, terwijl de gewestelijke exportorganen in het buitenland nog niet over een grote naamsbekendheid beschikken. Het verdwijnen van enkele kamers komt dus erg ongelegen.

Het schrappen van de subsidies, goed voor 1,25 miljoen euro per jaar, is een pure bezuinigingsmaatregel, bevestigt woordvoerder Rudy Huygelen van Buitenlandse Zaken. De kamers werden er begin deze maand schriftelijk over ingelicht. Huygelen wijst erop dat in het buitenland dergelijke privéinitiatieven ook niet worden gesubsidieerd, maar Herbrand ontkent dat. ,,De Duitse overheid steekt meer geld in het Brusselse kantoor waar Duitse bedrijven terechtkunnen, dan de Belgische overheid in ons Keulse kantoor.''

In zijn brief aan de kamers zegt De Gucht het werk dat ze doen te appreciëren en te beseffen dat de maatregel een grote negatieve impact zal hebben. In theorie zouden de gewesten, die nu bevoegd zijn voor buitenlandse handel, een alternatieve financieringsbron kunnen vormen. Maar in de praktijk is dat geen oplossing, zeg Matthys. ,,Voor deze vaak kleine organisaties, die met vrijwilligers werken, is het onmogelijk om zichzelf in een Vlaamse, Brusselse en Waalse entiteit op te splitsen.''

www.cci.be

www.debelux.be