Buren gaan later met pensioen
In Duitsland en Groot-Brittannië zijn er ver gevorderde beleidsplannen om de pensioengerechtigde leeftijd op te trekken, van 65 jaar naar 67 en zelfs 69 jaar. Het pensioendebat gaat er heel wat verder dan het Belgische Generatiepact.

IN Groot-Brittannië moet de pensioengerechtigde leeftijd tegen 2050 zijn opgetrokken van 65 naar 69 jaar. Dat is het voorstel van de Pensioencommissie, die door de socialistische regering-Blair is aangesteld.

De commissie stelde gisteren haar nationaal pensioenplan voor. Dat moet de beleidsgevolgen aangeven van de stijgende pensioenuitgaven. De Britse regering zal een hoger percentage van het bruto nationaal product moeten spenderen aan pensioenen. Nu is dat nog 6,2 procent, maar in 2050 zal dat tussen 7,5 en 8 procent van het Britse bnp zijn.

De Pensioencommissie had eerder al gewaarschuwd dat bijna tien miljoen werkende Britten te weinig geld opzijzetten voor hun pensioen. Het rapport ligt nu op tafel bij de regering-Blair, die over de uitvoering ervan moet beslissen.

In Duitsland staat het pensioendebat al een stap verder. De verhoging van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar is er zelfs al opgenomen in het regeerakkoord. Dat werd vorige maand afgesloten tussen de Christen-democraten en de Sociaal-democraten.

Het is de bedoeling dat de pensioenleeftijd in Duitsland vanaf 2012 tot en met 2035 elk jaar met een maand opgetrokken.

Het contrast met de Belgische situatie is groot. In België wordt al maanden onderhandeld over, en actie gevoerd tegen, het optrekken van de werkelijke pensioenleeftijd. Niet over de wettelijke pensioenleeftijd. Die ligt op 65 jaar en geen enkele regeringspartij wil (of durft) daar verandering in te brengen.

Het is volgens de paarse ministers van veel groter belang om de werkelijke leeftijd waarop de Belgische werknemers weggaan op de arbeidsmarkt - gemiddeld op 58 jaar - op te trekken naar een hoger niveau, zeg maar 60 of 62 jaar.

De discussie over het Generatiepact gaat dus niet over het echte pensioen, zoals in de buurlanden, maar over de formules van vervroegd vertrek, zoals het brugpensioen.

Wel wil de federale regering een pensioenbonus invoeren. Het gaat om een extra pensioenpremie voor werknemers die na hun 62ste verjaardag blijven doorwerken. Volgens de minister van Pensioenen, Bruno Tobback (SP.A), zal die pensioenbonus 30 euro per maand per extra gewerkt jaar bedragen.

Wie langer blijft werken, wordt dus beloond. De omgekeerde aanpak, de pensioenmalus, komt er niet. De vakbonden hebben zich met succes verzet tegen een financiële sanctie voor wie (te) vroeg stopt met werken.

Voorts wil de regering-Verhofstadt geleidelijk aan de gepensioneerden na hun 65ste meer laten bijverdienen, zonder dat hun wettelijk pensioen (fiscaal) in het gedrang komt.

(jir)