BRUSSEL - Een derde van alle nachtwinkels is niet in orde met minstens één aspect van de specifieke regelgeving rond nachtwinkels. Het gaat dan onder meer over de openingsuren, zwartwerk en overlast door alcoholverkoop. Daarom pleit de zelfstandigenorganisatie Unizo voor meer instrumenten om de gemeenten de mogelijkheid te geven malafide zaken aan te pakken.



DE gemeenten hebben vandaag te weinig mogelijkheden om op te treden tegen overlast rond de nachtwinkels, meestal door alcoholmisbruik, zegt Michiel Verhamme, de juridisch adviseur van Unizo. In de nieuwe gemeentewet van 1999 is wel de mogelijkheid opgenomen om overlast via administratieve boetes te bestraffen. Daardoor kan de bestraffing veel sneller.

,,Maar daarvoor moet er nog een uitvoeringsbesluit, de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, komen'', zegt Verhamme. ,,Als overlast administratief bestraft kan worden, wil dat zeggen dat het uit het strafrecht gehaald moet worden. Voor dat gebeurt, moeten alle gemeenten een eigen beleid op poten zetten, anders ontstaat er een vacuüm en kan niets meer vervolgd worden.'' Zolang dat niet gebeurd is, blijft het wachten op het uitvoeringsbesluit.

De gemeentewet lost niet alle problemen op: de wet pakt enkel de overlast rond de nachtwinkel aan, en niet de malafide zaak zelf. Daarom vraagt Unizo dat de gemeenten de mogelijkheid krijgen om zelf strengere sancties te nemen, en dat ze zelfs de winkel definitief kunnen sluiten.

,,Unizo is voorstander van een trapsgewijs sanctiesysteem'', zegt Luc Ardies, de nationaal secretaris van Unizo-Winkelraad.

Een vestigingswet voor nachtwinkels is geen goed idee, vindt Ardies. Want daardoor worden de bestaande malafide zaken niet aangepakt. En ook bonafide starters worden door deze maatregel getroffen. ,,Bovendien kunnen gemeenten winkels nu al weigeren, zoals ze ook zouden kunnen via de vestigingswet, op basis van een stedenbouwkundige gemeentelijke verordening. Hasselt heeft al een reglement dat een bouwvergunning verplicht maakt als een handelspand een nachtwinkel wordt. Die vergunning is verplicht, zelfs als er niet verbouwd wordt.''

Tot slot vraagt Unizo dat er in de kruispuntbank een verplichte vermelding komt dat het om een nachtwinkel gaat. Nu worden deze handelszaken nog ingeschreven als voedingswinkel. Deze verplichte vermelding laat gemeenten volgens Unizo toe om de gegevens over de nachtwinkels te inventariseren en hun evolutie op te volgen.

Nachtwinkels moeten zich aan specifieke regels houden, legt Verhamme uit. Nachtwinkels mogen, volgens de wet op de nachtwinkels van januari 1999, alleen open zijn van 18 uur tot 7 uur, ze mogen maar een bepaalde oppervlakte hebben, ze mogen alleen voedingswaren verkopen en ze moeten een duidelijke vermelding 'Nachtwinkel' dragen.

Daarnaast moeten de nacht- en belwinkels zich ook houden aan de algemene regelgeving rond hygiëne en aan de sociale wetgeving, ze moeten vergunningen hebben om alcohol en tabak te verkopen en ze moeten de fiscale en economische regels eerbiedigen.

Volgens het onderzoeksbureau Food in Mind zijn er in Vlaanderen 2.254 nachtwinkels en maximaal 1.500 belwinkels. Dat aantal is de voorbije jaren fors gestegen, zegt Ardies. Bovendien blijkt dat de nachtwinkels goed zijn voor flink wat tewerkstelling: naar schatting zo'n 4.000 voltijds equivalenten.