Als ik vorig jaar ergens de bal missloeg, dan was het met mijn voorspelling over een stijging van de langetermijnrente, gaf Anton Brender gisteren ruiterlijk toe.

Tegelijk verbaast de analist zich erover dat die langetermijnrente de afgelopen dagen naar een extreem dieptepunt zakte. In ons land bijvoorbeeld daalde de tienjaarsrente deze week tot rond de 3,55%, een naoorlogs diepterecord. Dat is volgens hem niet gewettigd, gezien de relatief goede economische groei en de recente daling van de olieprijs. Brender blijft wel bij zijn vroegere voorspelling dat de rentevoeten op de kapitaalmarkt onvermijdelijk zullen stijgen. In de VS ziet hij de tienjaarsrente tegen eind 2005 stijgen tot tegen de 5%. Europa volgt de beweging, maar in mindere mate: daar zouden we eind volgend jaar ,,iets boven de 4,5%'' uitkomen.

Vanden Houte geeft in grote lijnen dezelfde voorspelling. Hij ziet de obligatierente in de VS terugkeren naar een ,,normaal'' peil, zo rond 4,8% voor papier met een looptijd van 5 jaar. In Europa zal de langetermijnrente parallel met de Amerikaanse licht omhoog gaan. Uiteindelijk ziet Vanden Houte ze rond 4,25% uitkomen. Die bescheiden stijging houdt verband met de evolutie van de kortetermijnrente. Die kan volgens Vanden Houte licht dalen, in tegenstelling tot de verwachting van veel andere economisten. Zij denken dat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente zal verhogen, en vragen zich alleen af of dat al volgend jaar zal zijn, of pas in 2006.

Met een sterke euro, zegt Vanden Houte, en het strakke budgettaire beleid in de meeste lidstaten, blijft de monetaire politiek een van de schaarse middelen om de groei een duwtje in de rug te geven. Maar de schrik van de ECB voor de inflatie sluit allicht voor een hele tijd elke renteverlaging uit. Ook Anton Brender houdt het erop dat de ECB ,,weinig redenen heeft'' om haar rentetarieven op te trekken. Het rentewapen is in de eurozone overigens weinig efficiënt omwille van de grote verschillen tussen de lidstaten, merkt hij op.

Beide analisten verwachten, in lijn met de markt, dat de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve of Fed) haar kortetermijnrente geleidelijk verder zal verhogen. Vanden Houte ziet het tarief stijgen tot een ,,neutraal'' peil wordt van 3 à 3,5%, waarbij de groei niet bevorderd, maar evenmin afgeremd wordt. Anton Brender brengt het rentebeleid ook in verband met de toenemende schuldenlast van de Amerikaanse huishoudens en de prijsstijgingen op de Amerikaanse vastgoedmarkt. Een verhoging van de rente kan volgens hem helpen vermijden dat daar ,,zeepbellen'' worden gecreëerd die de stabiliteit van de economie in gevaar brengen.