BRUSSEL - Het loonoverleg tussen vakbonden en werkgevers bleef gisteren, na uren vergaderen, in een patstelling steken. Een vergelijk over soepeler regels inzake overuren, in ruil voor een bescheiden loonsverhoging, bleek niet haalbaar. Vandaag moet blijken of de onderhandelaars meer ruimte tot compromis krijgen van hun achterban. Anders dreigt de totale mislukking.

Tot een breuk kwam het gisteren officieel niet. Maar het einde van de gesprekken was meermaals erg dichtbij. Het diepe wantrouwen tussen de delegaties van vakbonden en werkgeversfederaties stond beslissende, wederzijdse toegevingen in de weg.

Ook een actieve pendeldiplomatie door kabinetsleden van de eerste minister, Guy Verhofstadt, en de federale minister van Werk, Freya van den Bossche, hielp niet. De paarse regering had de portefeuille opengetrokken om de sociale lasten op bijkomende overuren te verlagen, maar dat bleek onvoldoende om de meningsverschillen te helpen wegwerken.

De vakbondsleiders wilden geen toegeving doen op de vraag van de werkgevers naar het loslaten van de voorafgaande toestemming van de vakbondsafgevaardigde in het bedrijf voor het presteren van overuren. Het tegenvoorstel om de discussie onbeslecht te laten en door te schuiven naar de cao-gesprekken in de bedrijfssectoren kon dan weer niet voor de werkgevers.

In de vooravond was een mislukking veel dichterbij dan een akkoord. Maar uiteindelijk stemden alle onderhandelaars er mee in om vandaag een ultieme raadpleging te doen bij de eigen achterban en te polsen of de ingenomen standpunten herzien kunnen worden. Als die consultatie positief uitvalt, hernemen de sociale partners om 16 uur hun gesprekken.

Als de onderhandelaars geen nieuwe mandaat meekrijgen, of de posities nog verhard worden, is een akkoord uitgesloten. Dan is het aan de regering-Verhofstadt om met een officieel verzoeningsvoorstel te komen en het informele lobbywerk te ruilen voor een publieke bemiddelingspoging.

(jir)