Een onverwachte daling van de olieprijs zorgde voor winst in de auto- en de luchtvaartsector. Ook technologie en telecom deden het goed, voortgestuwd door de beter dan verwachte prognoses van Intel.

In Azië konden de chipproducenten garen spinnen uit een rapportje van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers dat volgend jaar rendabeler wordt voor Intel dan tot nu toe werd aangenomen. Taiwan Semiconductor en Tokyo Electron klommen respectievelijk 1 en 0,7 procent. De Japanse banken zetten hun opmars verder.

In Europa was er winst voor de auto- en voor de luchtvaartsector. Volkswagen ging 1,8 procent hoger terwijl de olieprijs 3,9 procent daalde. Ook British Airways haalde 1,9 procent winst binnen.

Ook in eigen land klaarde het beursklimaat op dankzij de dalende olieprijs. De Bel-20 sloot 0,64 procent hoger op 2.950,10 punten. De aandelenkorf telde 12 stijgers, 7 dalers en 1 onveranderd aandeel.

Almanij klom 1,7 procent en KBC ging 0,5 procent lager na het bericht in deze krant dat de groep vandaag zal bekendmaken dat Almanij wordt opgeslorpt door KBC. Verder in de financiële sector won Fortis 0,8 procent en bleef Dexia hangen.

In Amerika was er zowat uitsluitend goed nieuws. De olieprijzen dalen dankzij de groter dan verwachte voorraden en de economie groeide tijdens het derde kwartaal sterker dan eerder uit voorlopige cijfers bleek. Kort na de middag was de Dow Jones dankzij een winst van bijna een half procent net boven de 10.800 punten geklommen, een nieuw hoogtepunt voor de jongste 40 maanden. De Nasdaq klom 0,2 procent en belandde daarmee op minder dan 10 punten van dat hoogste punt.