123 vaartuigen. De Belgische visserijvloot bestaat uit 123 schepen, voornamelijk voor zeevisserij. Maar er zijn ook een 25-tal kustvissersboten, zegt Freddy Polleyt, de directeur van de Vismijn van Oostende.

23.289 ton. De hele Belgische vissersvloot heeft een totale tonnenmaat van 23.289 ton.

900 man varend personeel. Dit jaar hebben zo'n negenhonderd personeelsleden aangemonsterd op een Belgische vissersboot. Die werken niet allemaal voltijds in de visserij, sommigen gaan voor een enkele trip aan boord, anderen werken langere tijd als visser.

6 vissers per boot. Een grote vissersboot heeft 5 tot 6 bemanningsleden, een kustvisser is kleiner en doet het met drie personeelsleden. Soms werken er verscheidene ploegen per boot, die halverwege een trip afgelost worden.

200 man walpersoneel. Elke vissersboot heeft nog een reder en een walkapitein. De reder is de eigenaar van de boot, die de logistiek regelt: de aankoop van netten, de bevoorrading van het schip, het tanken. De reder vaart soms mee. De kapitein aan de wal staat in voor het lossen van het schip, voor de coördinatie van de veiling, enzovoort.

60 procent ligt in Zeebrugge. 55 tot 60 procent van de vissersschepen heeft Zeebrugge als thuishaven. Iets minder dan de helft heeft Oostende als thuishaven en ook in Nieuwpoort meren enkele schepen aan.

13 dagen. De Belgische vissersschepen mogen dertien dagen per maand uitvaren.

9 miljoen kilo. De vissersschepen hebben dit jaar zo'n negen tot tien miljoen kilo vis afgezet in de vismijn van Oostende, een van de drie Belgische vismijnen. De pladijs maakt het grootste deel van de vangst uit, de tong vertegenwoordigt de grootste waarde.