Beleggers rekenen erop dat de grote Amerikaanse bedrijven uit de S&P500 een winstgroei van 26% zullen bekendmaken. Dat maskeert de malaise bij lokale ondernemingen.

Met aluminiumgigant Alcoa, de maker van computerchips Intel en bankreus JPMorgan trapten drie van de grootste Amerikaanse bedrijven het resultatenseizoen met succes af. Hun winsten over het derde kwartaal beantwoordden aan de verwachtingen, vooral dankzij de klimmende bijdrage van de resultaten buiten de Verenigde Staten.

Want zoals bekend zit de Amerikaanse economie in het slop. Toch blijven de verwachtingen voor de winstgroei hooggespannen. Voor het derde kwartaal rekenen de analisten op een winstgroei van gemiddeld 26% tegenover dezelfde periode vorig jaar. Over heel 2010 is dat 32%. Hier lijkt iets niet te kloppen: een zwakke economie en toch zo'n winstgroei?

Een belangrijke verklaring is dat deze cijfers en verwachtingen gaan over de 500 grootste Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven (de S&P500-index). Die zijn in hoge mate internationaal actief en ze halen een steeds groter deel van hun inkomsten uit het buitenland.

Daardoor genieten de multinationals van de geweldige opgang van de opkomende economieën. Volgens beurshuis Morgan Stanley zijn er in de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China) nu al meer gezinnen dan in de VS die 10.000 dollar per jaar kunnen besteden bovenop de basisbehoeften. En de jongste jaren blijkt meer en meer dat de groeilanden niet beperkt blijven tot de BRIC-landen: ook grote en met een jonge bevolking gezegende landen zoals Indonesië, Turkije, Vietnam en noem maar op hebben de indrukwekkende opgang van China opgemerkt en trachten dat voorbeeld te volgen.

Volgens schattingen van Credit Suisse is het aandeel van de wereldconsumptie van de Verenigde Staten aan het afnemen van 34% in 2007 naar 26% in 2015 en zullen de opkomende economieën groeien van 22% van de wereldconsumptie in 2007 naar 37% in 2015 (zie taartgrafiek). Het mooiste is dat daarmee de totale koek veel groter wordt, want de consumptie in de VS slabakt wel, maar krimpt niet. Natuurlijk blijft de vraag of onze aardbol die toenemende consumptie nog aankan, maar dat is een vraag voor een andere analyse. Bovendien is een innovatie naar minder milieubelastende productie/consumptie te verwachten.

In elk geval: het vertrouwen bij de grote Amerikaanse bedrijven (grafiek links, blauwe lijn ) staat nog altijd op een historisch vrij hoog niveau, zeker als je bedenkt hoe groot de malaise in de Amerikaanse economie is. Aan de lichte lijn op dezelfde grafiek zie je dat het vertrouwen bij de kleine Amerikaanse bedrijven daarentegen heel laag is. ‘Zelfs zo laag als toen zich recessies voordeden in de VS', zegt marktstrateeg Koen De Leus van KBC Bolero. De Amerikaanse kmo's steunen natuurlijk veel meer op de lokale markt.

Koen De Leus maakte ook een grafiek met daarop de verwachte winstgroei de volgende 12maanden bij de Amerikaanse grote en middelgrote bedrijven (MCI USA, blauwe lijn) en de winstgroei voor de brede aandelenmarkt (Russell 3000). De prognoses voor de grote bedrijven zijn met een winstgroei van 16% dubbel zo hoog als de 8% voor de brede aandelenmarkt, inclusief de kleine bedrijven.

Natuurlijk leeft de vraag of de mindere gang van zaken op den duur ook geen effect zal hebben op de grotere bedrijven. Maar de Amerikanen halen nu ook monetair alles uit de kast om hun lokale bedrijven en de multinationals te ondersteunen. Door de lagere dollar wordt het voor buitenlandse ondernemingen moeilijker op de Amerikaanse markt en tegelijk zien Amerikaanse multinationals hun concurrentiekracht op de wereldmarkt plots stijgen. En de omzetbijdrage van de buitenlandse activiteiten stijgt zelfs zonder toename van de verkopen, louter door het omzetten van de verkregen buitenlandse valuta naar goedkopere dollars. Wall Street wrijft zich al in de handen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig