400.000 werklozen zien hun uitkering met veel meer dan alleen de index omhooggaan.

De overschrijding van de spilindex, vorige maand, maakt dat de werkloosheidsuitkeringen deze maand met 2 procent omhooggaan. Maar volgens de federale interim-minister van Werk, Josly Piette (CDH), gaan de uitkeringen voor 400.000 werklozen veel meer omhoog dan alleen met het inflatiecijfer.

Die bijkomende verhoging is te danken aan een in 2004 gesloten akkoord tussen de sociale partners over de 'welvaartsvastheid' van de werkloosheidsuitkeringen. De paarse regering heeft dat akkoord nadien overgenomen. Deze maand wordt het voor de eerste keer toegepast. De betrokkenen zullen de verhoging merken in de uitkering die ze in februari uitbetaald krijgen.

Naast de verhoging met 2 procent als gevolg van de automatische indexering, maken drie categoriën van werklozen aanspraak op een extraatje. Zo krijgen samenwonende werklozen tijdens het eerste jaar werkloosheid voortaan 58 procent van hun laatste brutoloon uitbetaald, in plaats van 55 procent, met een plafond van 1.832,49 euro. Bovenop de indexering gaat het voor hen om een reële verhoging met 5,5 procent (met index dus 7,5 procent).

Alleenstaande werklozen krijgen vanaf het tweede jaar werkloosheid 53 procent in plaats van 50 procent van hun geplafonneerd brutoloon of een reële verhoging (bovenop de index) van 6 procent. Werklozen met een forfaitaire uitkering (bijvoorbeeld de wachtuitkering voor schoolverlaters) krijgen 2 procent extra verhoging.

Overigens haalden de werkloosheidsvergoedingen tot in de jaren negentig 60 procent van het laatste brutoloon. (jir)