Conjunctuur De opleving van de Europese economie is zo solide dat ze volgens onderzoeksinstituten ook volgend jaar zal voortgaan.

Van onze redacteur

Jan Bohets

BRUSSEL. De opleving wordt voornamelijk aangedreven door de bedrijfsinvesteringen, meer bepaald de noodzaak van vervanging en vernieuwing van het bestaande machinepark, aldus Cesifo, een netwerk van acht Europese onderzoeksinstellingen. Zijn analyse werd gisteren voorgesteld door Lars Calmfors (universiteit Stockholm) en Hans-Werner Sinn (Ifo-instituut, Duitsland).

De economen verwachten een verdere koersstijging van de euro en een vertraging van de inflatie. Ze achten nieuwe renteverhogingen door de Europese Centrale Bank (ECB) dan ook niet gerechtvaardigd. De monetaire condities in de eurozone zijn nu restrictiever dan ze sinds de invoering van de eenheidsmunt zijn geweest.

Het monetair beleid van de ECB, dat noodzakelijkerwijs eenvormig is voor het hele eurogebied, droeg in de afgelopen jaren in verscheidene lidstaten bij tot hetzij een oververhitting van de economie (Ierland), hetzij een extra vertraging van de economische activiteit (Italië). Bovendien is nog steeds geen trend merkbaar naar een grotere synchronisatie van de conjunctuurbewegingen tussen de lidstaten.

De auteurs van het rapport vinden dat de bekommernis waarvan de ECB blijk geeft voor de grote lidstaten vaak niet in overeenstemming is met hun economisch gewicht. Ze pleiten er ook voor dat de nieuwe EU-lidstaten vrij snel de euro zouden mogen invoeren. Alleen Slovenië mocht tot dusver tot de eurozone toetreden; in de meeste andere nieuwe lidstaten ligt de inflatie te hoog. Dit is echter normaal in economieën die zulke snelle economische groei kennen en het zou geen beletsel voor toetreding mogen vormen. De belastingconcurrentie vanuit de nieuwe lidstaten heeft onze regeringen ertoe aangezet op hun beurt de tarieven van de vennootschapsbelasting beduidend te verlagen. Sommige politici vinden het moeilijk aanvaardbaar dat die landen de royale Europese subsidies ten dele gebruiken om hier investeringen weg te kapen door een aantrekkelijk belastingregime voor te spiegelen. De Cesifo-groep heeft daar geen moeite mee: ,,We willen die landen toch helpen?'' Ze stelt voor dat we de btw zouden verhogen en gelijktijdig de belasting op arbeid verlagen. Van pogingen tot belastingharmonisatie is ze geen voorstander.

Zorgwekkend vindt ze dat de Europese politici nog steeds niet wakker liggen van de langetermijnproblemen van de overheidsfinanciën. Dankzij de hoogconjunctuur zijn de deficits enigszins afgenomen, maar dit kan de illusie creëren dat de begrotingsproblemen wel zullen verdwijnen. Het risico is groot dat eens te meer een periode van gunstige conjunctuur niet zal worden aangegrepen om een krachtiger consolidatie van de overheidsfinanciën door te voeren. Ten slotte kanten de auteurs zich tegen het opnieuw opduikende economisch nationalisme, dat onder meer in verzet tegen grensoverschrijdende overnames tot uiting komt. Zo'n beleid speelt volgens hen in de kaart van particuliere belangengroepen en schaadt de verbruikers.

Economisch nationalisme gaat vaak gepaard met overheidseigendom van bedrijven, een ,,restant van het verleden waarvoor geen goede economische redenen aan te voeren zijn''. De Cesifo-groep zou dan ook graag een Europese regel ingevoerd zien ter beperking van het overheidseigendom in concurrentiële sectoren.



www.cesifo.de