BRUSSEL. Jarenlang was het een ijzeren regel. Een derde van het gezinsinkomen, dat kon je besteden aan een woonkrediet. Uiteraard kan dat percentage wat oplopen voor hoge inkomens, want die houden ook met een veel kleiner percentage van hun loon nog meer dan genoeg over om een gezin comfortabel draaiende te houden.

In Frankrijk werken ze met een andere vuistregel. Je mag niet meer lenen dan vier keer het netto jaarinkomen. Het is natuurlijk een contradictie dat het ook hier weer de hogere inkomens zijn die veel minder moeten lenen. Mogelijk volstaat drie keer hun jaarinkomen al ruimschoots voor een fraaie villa. Terwijl vier of zelfs vijf keer een bescheiden inkomen maar zelden zal volstaan voor een gezinswoning, hoe eenvoudig ook.

De meeste financiële planners en overigens ook de consumentenorganisaties werken nog steeds met een van beide vuistregels -de Belgische of de Franse- maar de banken niet meer.

Volgens directeur John Romain van het netwerk van Immothekerkantoren gaan steeds meer banken ervan uit dat een alleenstaande met 750 euro per maand voldoende heeft om van te leven. Op die manier verstrekken ze soms kredieten waarvan de aflossing tot 50 procent en meer van het maandinkomen opeist.

Voor paren vinden de banken zelfs 1.000 euro al voldoende. Zelfs bij tweeverdieners gaat zo soms tot twee derde van het gezinsinkomen naar het afbetalen van een woonkrediet, dat bovendien steeds vaker een looptijd van 25 of 30 jaar heeft.

Gedurende al die tijd zullen dergelijke gezinnen in een behoorlijk kwetsbare positie verkeren, tenzij de inflatie toeslaat en hun aflossingslast uitholt of hun reële inkomen(s) aanzienlijk stijgen en zo voor extra budgettaire ruimte zorgen. (lc)