Niet alleen de business to business (B2B) (rechtstreeks zaken doen tussen bedrijven) en de business to consumer (B2C) (zaken doen met de consumenten) wint aan belang. Ook de business to fiscus (B2T) maakt furore. Ondernemers worden verplicht om met de fiscus te communiceren via het wereldwijde web.

Iedere ondernemer die bezoldigingen of erelonen betaalt, is verplicht jaarlijks individuele fiches en een samenvattende opgave op te maken. Een werkgever die zijn personeel betaalt, moet bedrijfsvoorheffing inhouden en een fiche 281.10 opmaken. Een vennootschap die haar bedrijfsleider bezoldigt, betaalt ook bedrijfsvoorheffing en maakt een fiche 281.20 op. De ondernemer die van zijn fiscaal advocaat een advies krijgt, betaalt natuurlijk een ereloon en maakt op het einde van het jaar een fiche 281.50 op.

Doen zij dat niet, dan zijn de sancties aanzienlijk. Als een zelfstandig ondernemer zijn fiches vergeet op te maken, zijn de betalingen niet aftrekbaar. Het advies van de advocaat wordt in één klap 50procent duurder. Komt een vennootschap haar verplichtingen niet na, dan moet zij een bijzondere aanslag van 309 procent betalen.

Waarom eist de fiscale wetgever deze formaliteiten? De fiches zijn het beste en goedkoopste controlemiddel dat er bestaat. De ondernemer stuurt de fiches naar een postsorteercentrum van de fiscus. Van daar uit worden de fiches verspreid naar de controlecentra van de genieters. De lokale inspecteur kan vervolgens nazien of de belastingplichtige zijn aangifte goed doet. Hij hoeft enkel maar de cijfers van de fiches te vergelijken met de aangegeven cijfers en de cirkel is rond.

U kunt zich voorstellen dat dit een jaarlijks weerkerende gigantische papierberg is, met veel materieel handenwerk. Dit kan in het informaticatijdperk eenvoudiger en sneller. Daarom verplicht de regering van lopende zaken in een koninklijk besluit van 3juni de ondernemers om deze fiches en samenvattende opgaven elektronisch in te dienen. Men moet verplicht gebruik maken van 'Belcotax-on-web' (voor de fiches) en 'Finprof' (voor de bedrijfsvoorheffing). Beide applicaties bestaan al langer, maar men was niet verplicht om ze te gebruiken. Hopelijk geeft dit de garantie dat de kinderziekten die Tax-on-web heeft moeten ondergaan zich hier niet voordoen.

Laat u niet verleiden tot het verstrekken van te veel informatie. Het Belcotax-systeem vraagt het rijksregisternummer of de geboortedatum. De papieren fiche 281.50 vraagt dat niet. Betekent dit nu dat iedereen aan zijn leverancier het rijksregisternummer of de geboortedatum zal moeten vragen? Ik denk het niet. De privacywetgeving laat dit niet toe. Daarenboven zou dit een gigantisch bijkomende administratieve belasting met zich meebrengen. Begin maar eens al uw leveranciers te bellen. Weet dat deze gegevens in Belcotax niet verplicht zijn. De fiscus heeft het liever ingevuld, maar het is niet nodig.

De verplichting wordt in twee fasen ingevoerd. Het wordt verplicht voor de bedrijfsvoorheffing voor inkomsten belastbaar vanaf 1januari 2008 en voor de fiches in te dienen vanaf die datum. Indien men echter minder dan 100.000 euro bedrijfsvoorheffing heeft betaald in 2007 is het nog één jaar optioneel. Vanaf 2009 is er geen keuze meer, dan wordt het verplicht. Tenzij men 'niet over de nodige informaticamiddelen beschikt'. Gedacht kan worden aan de gepensioneerde die bijklust en nog geen pc-cursus voor senioren heeft gevolgd. Ook het tekort aan beschikbare IT-ers, gekoppeld aan de complexiteit van de business, moet een reden van uitstel kunnen zijn.

Koen Van Duyse is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

www.standaard.be/fiscalekroniek