Kmo's hebben vorig jaar voor 285 miljoen euro aan overheidsfinanciering binnengehaald.

KREDIET

De overheid kent een heel gamma aan financieringsmaatregelen om -veelal startende- kleine en middelgrote ondernemingen aan het broodnodige geld te helpen. Er is het federale participatiefonds, maar ook de drie gewesten beschikken elk over een eigen instelling met verschillende producten waarop de kmo's een beroep kunnen doen. De financiering gebeurt aan de hand van waarborgen, leningen en investeringen in het kapitaal.

Volgens KeFiK, het Kenniscentrum voor de Financiering van kmo's, werd vorig jaar voor een totaal bedrag van 285,29 miljoen euro aan waarborgen, leningen en investeringen in kapitaal toegestaan. In totaal werden 3.090 dossier goedgekeurd.

Daarvan komt 99,58 miljoen euro op het conto van het Waalse gewest en 79miljoen euro op dat van Vlaanderen. Het federale participatiefonds was goed voor een bedrag van 74,26 miljoen euro, het Brusselse gewest tekende voor een bedrag van 32,21 miljoen euro.

In Vlaanderen werd door PMV-KMO voor 59,17 miljoen euro aan waarborgen toegekend. De Arkiv's, de investeringsfondsen waarin het Arkimedesfonds geld stopt, waren vorig jaar goed voor 20dossiers voor in totaal 13,02 miljoen euro. Het Vlaams Innovatiefonds, Vinnof, financierde 24projecten voor een totaal van 3,95 miljoen euro. Het fonds is wel nog maar operationeel sinds maart 2006.

De win-winlening, waarbij een familielid of vriend de startende onderneming geld leent in ruil voor een belastingvoordeel, tekende voor 122 dossiers en een bedrag van 3,08 miljoen euro.

Maar die overheidsfinanciering is klein bier tegenover de totale kredietverlening aan zelfstandigen en bedrijven. Eind 2006 bedroeg het totale toegestane kredietbedrag 160,39 miljard euro, waardoor opnieuw het niveau van 2000 gehaald wordt. De zelfstandigen en kmo's nemen hiervan bijna 62procent voor hun rekening. 'Maar die overheidsinitiatieven zijn van levensbelang om starters zonder voorgeschiedenis aan geld te helpen. Onze inbreng is dikwijls noodzakelijk om ook de bank over de streep te trekken', zegt Frédéric Lernoux, ondervoorzitter van KeFiK.

Wat opvalt is dat zelfstandigen en kleine vennootschappen 80 tot 85procent van hun toegestaan kredietbedrag opnemen, terwijl dat bij middelgrote en grote vennootschappen schommelt tussen 55 en 45procent.

www.cefip-kefik.be