BRUSSEL (reuters, eigen berichtgeving) -- De Europese ambtenaren die moeten waken over de vrije concurrentie kloppen overuren. De Europese Commissie moet een recordaantal fusie- en overnamedossiers bestuderen.

1999 was in de hele geïndustrialiseerde wereld een topjaar voor Mergers and Acquisitions (M&A). Vorige week meldde het onderzoeksbureau Thomson Financial Securities Data dat er wereldwijd voor 3.320 miljard dollar (133.000 miljard frank) overeenkomsten werden afgesloten. Europa nam daarvan 37 procent of 1.210 miljard dollar voor zijn rekening, ruim een verdubbeling tegenover 1998. Groot-Brittannië was goed voor 386 miljard, Duitsland voor 261 miljard en Frankrijk voor 163 miljard dollar.

Allemaal landen die lid zijn van de Europese Unie, en dat voelen ze bij de Europese Commissie in Brussel, die moet beoordelen of de akkoorden de vrije concurrentie niet schaden.

De Commissie ontving dit jaar al bijna 300 meldingen van bedrijfsfusies, 26 procent meer dan vorig jaar. Sinds 1994 gaat het al om een verdrievoudiging. Omdat de overeenkomsten ook altijd maar groter worden, moet de Commissie meer tijd steken in diepgaande onderzoeken. Momenteel liggen er zo zeven dossiers op tafel, waaronder de fusie tussen de aluminiumgroepen Alcoa en Alcan, de overname van Scania door Volvo en de Franse oliefusie tussen Totalfina en Elf.

Het nieuwe jaar belooft weinig verlichting van de werkdruk. Europa moet dan de fusiedossiers afhandelen van Carrefour en Promodes, Generali en INA, Veba en Viag en de aankoop van de Britse gasgroep BOC door Air Liquide.

In tegenstelling tot hun Amerikaanse collega's moeten de Europese ambtenaren een strikt tijdschema in acht nemen. Een eerste onderzoek duurt een maand. Zijn er vermoedens dat de fusiegroep een ,,dominante marktpositie'' zal bekleden, dan kan er een diepgaande analyse van vier maanden volgen. De Commissie kan dan eisen dat de fusiegroep bepaalde activiteiten afstoot.

Met name in het dossier Air Liquide/BOC zou zo'n beslissing kunnen vallen. Een ander ,,heet'' dossier is dat van Veba en Viag. Omdat het om twee Duitse nutsbedrijven gaat, probeert de Duitse concurrentiewaakhond de bevoegdheid in de zaak naar zich toe te trekken. Maar waarnemers verwachten dat de Europese Commissie zelf een oordeel zal willen vellen, gezien de internationale activiteiten van Veba en Viag.