Lionel Jospin
© ap
De beslissing van Lionel Jospin om een overeenkomst over werkloosheid te steunen, wijst op een mentaliteitswijziging die de bedrijven tegemoet komt, zegt Robert Graham .

Een enkel telefoontje betekende een keerpunt in de conflictueuze relatie tussen de Franse regering, geleid door socialisten, en de bedrijfsgemeenschap.

Twee weken geleden, op een zondagnamiddag, was Ernest-Antoine Seillière, topman van de werkgeversfederatie Medef verbaasd toen hij premier Lionel Jospin aan de lijn kreeg. Hij ging op dat moment net buiten en moest eerst zijn zoon naar het station voeren eer hij ernstig kon beginnen praten.

In essentie zei premier Jospin dat hij bereid was zijn steun te verlenen aan een overeenkomst over de vernieuwing van het systeem van werkloosheidsvergoedingen. Die overeenkomst bereikte Medef met enkele, maar niet met alle vakbonden. De overeenkomst was een principieel punt geworden voor Medef en de modernistische vakbond CFDT als een eerste stap om tot een herdefiniëring te komen van de traditioneel vijandige relatie tussen werknemers en management. Tot twee keer toe had de regering een vorige tekst verworpen.

Het telefoontje van Lionel Jospin heeft de weg vrijgemaakt om de noodzakelijke bruggen te bouwen. Dat het klimaat verbeterd is blijkt ook uit de zachtere aanpak van Elisabeth Guigou, die onlangs verhuisde van het ministerie van Justitie om minister van Arbeid te worden in de plaats van Martine Aubry. Zij is de architecte van de omstreden 35-urige werkweek.

,,Als we deze overeenkomst niet hadden afgesloten dan hadden we onze dreiging moeten uitvoeren om uit het systeem te stappen van gezamenlijk beheer van het stelsel van sociale zekerheid. In dat systeem beheren vakbonden en werkgevers samen de sociale zekerheid en het is een centraal element in het naoorlogse sociale contract in Frankrijk'', zegt een hooggeplaatst lid van Medef.

,,De regering zou verplicht geweest zijn om rechtstreeks de controle over de sociale zekerheid in handen te nemen. Het zou vervelend zijn dat de staat zijn greep daarop versterkt op een moment dat de Europese Unie een tegenovergestelde trend volgt.''

Sinds Lionel Jospin in 1997 premier werd, heeft hij er steeds voor gekozen zijn linkse kiezers te vriend te houden, liever dan een vriendelijke houding aan te nemen tegenover het bedrijfsleven. Dat hij zijn houding heeft veranderd betekent dat hij zijn linkse aanhang verantwoording heeft moeten afleggen. Vooral de twee grote vakbonden die zijn regering steunen en het sterkst staan in de overheidssector -- de CGT en Force Ouvrière -- waren woedend over zijn standpunt.

Regeringsfunctionarissen hebben snel ontkend dat er iets fundamenteels verandert. Ze zeggen dat het standpunt van premier Jospin zijn essentieel pragmatisme weergeeft tegenover de veranderingen op politiek en economisch vlak. In september bijvoorbeeld daalde zijn populariteitscijfer voor het eerst in drie jaar sterk door zijn reactie op het protest tegen de stijgende olieprijzen. Aangezien de economische groei op korte termijn waarschijnlijk de negatieve invloed zal ondervinden van de olieprijsstijging, was premier Jospin niet in de stemming om een gevecht uit te lokken met de bedrijfswereld, zeggen ze.

De impact van de olieprijzen kwam duidelijk naar voren uit de gegevens voor september die deze week gepubliceerd werden. De gegevens tonen dat de uitgaven van de gezinnen voor afgewerkte producten met 1,2 procent daalden. Het was de tweede maand op rij dat er een sterke daling te noteren viel en de minister van Financiën legde de oorzaak daarvan bij de sterke stijging van de olieprijzen tegen de achtergrond van het protest door vissers, landbouwers en vrachtwagenchauffeurs.

De uitgaven voor diensten en voeding blijven sterk maar die daling van de uitgaven kwam er ondanks de aankondiging van de grootste belastingverlaging in 30 jaar. Economisten uit de privésector verlagen nu al de groeiprognoses voor volgend jaar naar 3 procent. Dat is het laagste percentage van de marge die de regering had vooropgesteld voor de begroting van 2001.

Totnogtoe kon de regering Jospin de druk vanuit de bedrijfswereld negeren omdat het macro-economisch beleid voor een sterk herstel heeft gezorgd via goed gerichte overheidsuitgaven, een verhoging van de gezinsinkomens en een groot werkgelegenheidsplan voor jongeren.

Maar de regering beseft dat dit recept een aanpassing nodig heeft. Er moet meer nadruk worden gelegd op maatregelen voor de aanbodzijde, vooral op de arbeidsmarkt. Anders kan Frankrijk zijn jaarlijkse gemiddelde groei van 3 procent, die de jongste drie jaar werd gerealiseerd, zien verwateren.

Minister van Financiën Laurent Fabius doet al maanden veel moeite om dat duidelijk te maken. Hij onderstreepte vooral de nood aan grotere flexibiliteit bij de invoering van de 35-urige werkweek. Anders worden de bedrijven volgens hem gestraft en kan het elan van jobcreatie verloren gaan. Diezelfde boodschap kwam deze week van de Franse nationale bank. Die wees op het bestaan van knelpunten op de arbeidsmarkt.

Er werden jaarlijks bijna 400.000 banen gecreëerd waarmee Jospin een centraal punt van zijn verkiezingsprogramma meer dan realiseert. De werkloosheid is gedaald tot 9,6 procent van de actieve bevolking. Maar naar Europese normen is dat nog altijd een relatief hoog niveau en economisten zijn ervan overtuigd dat het moeilijk zal zijn om dat cijfer verder te doen dalen zonder een flexibelere arbeidsmarkt.

Uit de jongste enquête van het Insee, het officiële instituut voor statistisch onderzoek, bleek dat 51 procent van de bedrijven in juli problemen had om aanwervingen te doen. Twaalf maanden daarvoor was dat slechts 29 procent. Het is veelbetekenend dat op het hoogtepunt van de vorige economische cyclus, toen gelijkaardige problemen opdoken, de werkloosheid 8 procent bedroeg.

,,Die algemene spanningen op de arbeidsmarkt -- abnormaal voor ons niveau van werkloosheid -- houden een risico in, niet enkel voor het dynamisme van onze groei maar ook voor de evolutie van de loonkosten'', waarschuwde de Franse nationale bank vorige week. De centrale bank drong er verder op aan dat het probleem van overuren ,,zo soepel mogelijk'' behandeld zou worden.

In een nog steeds rigide arbeidsmarkt, overschaduwd door de verstorende effecten van de 35-urige werkweek, wordt het probleem van de overuren cruciaal. Dit jaar werd de 35-urige werkweek ingevoerd voor bedrijven met meer dan 20 werknemers. Voor die bedrijven werden de regels versoepeld en ze moeten voor overuren een premie betalen van slechts 10 procent. Volgend jaar worden de regels strikt toegepast en dan moeten de bedrijven een premie van 25 procent betalen.

De bedrijven verwachten zich al aan substantiële loonakkoorden na drie jaar van strenge matiging. En nu waarschuwt Medef ervoor dat als de betaling voor overuren toeneemt zoals gepland, het elan van de investeringen niet zal aanhouden en de tewerkstelling geleidelijk zal afnemen.

Premier Jospin zit in een moeilijke positie. Als hij toegevingen doet over de betaling van overuren, riskeert hij zijn coalitie te verzwakken in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Maar als de regels over de 35-urige werkweek niet veranderen, riskeert hij de groeiverwachtingen van Frankrijk te ondermijnen. En dat kan overal in de eurozone gevolgen hebben.

© The Financial Times