BRUSSEL -- De Vlaamse toponderhandelaars van vakbonden en werkgeversorganisaties starten vandaag hun gesprekken over een nieuw Vlaams sociaal akkoord. Daarin zouden de thema's ,,levenslang leren'' en de ,,schaarste aan geschikte werkzoekenden op de arbeidsmarkt'' centraal moeten staan. Maar hoe belangrijk ook, het Vlaamse overleg heeft er moeite mee om uit de schaduw van het federale debat te geraken.

Vorige maandag ging het (tweejaarlijkse) sociaal overleg officieel van start. Federaal. De toponderhandelaars hadden hun voorbereidende gesprekken -- die al in september waren aangevat -- stopgezet tot ná de beleidsverklaring van de regering-Verhofstadt, op 17 oktober.

Nadat ze tekst en uitleg van premier Verhofstadt en zijn topministers hadden gekregen, gingen de federale onderhandelingsdelegaties aan de slag. Vorige maandagavond, dus. En afgelopen vrijdag een tweede maal. De gesprekken tussen vakbonden en werkgevers beloven bijzonder stroef te gaan verlopen, met hoog oplopende meningsverschillen over (de kostprijs van) loonstijgingen en werktijdverkorting.

Die federale partners -- en bij een eventueel gebrek aan akkoord de federale regering -- bepalen in beslissende mate de ruimte voor het sociaal overleg in Vlaanderen. Want zij bepalen hoeveel geld er naar lonen, werktijdverkorting èn vorming kan/moet gaan, in de komende twee jaar. Terwijl vorming -- en bij uitbreiding het gehele arbeidsmarktbeleid -- bij uitstek regionale, dus Vlaamse, bevoegdheden zijn.

Die verstrengeling van federale en Vlaamse onderhandelingen is niet nieuw. In het aflopende (federaal) sociaal akkoord beloven de werkgevers extra inspanningen voor vorming. Maar het gaat om een kaderafspraak, in de praktijk uit te voeren door akkoorden per regio en -- vooral -- per bedrijfssector. Als het Vlaamse overleg deel twee van het verhaal vormt, zijn de sectorale onderhandelingen deel drie. Normaal gaan ze pas in januari volgend jaar van start.

Dergelijke techniek kan ook ditmaal worden toegepast. Maar de federale schaduw dreigt erg groot te zullen zijn, en te blijven. Het VEV en Unizo -- de twee voornaamste werkgeversdelegaties bij de Vlaamse onderhandelingen -- hebben al duidelijk gemaakt dat de bedrijven geen tweemaal gaan betalen. En hoe ambitieuzer het federale akkoord is -- loonsverhogingen, een betere combinatie arbeid-gezin, werktijdverkorting en arbeidsherverdeling -- hoe minder geld er overblijft voor een Vlaams akkoord.

De federale onderhandelaars zullen het bovendien uitgebreid hebben over thema's die op de Vlaamse agenda thuishoren: de verhoging van de activiteitsgraad (oudere werknemers langer aan de slag houden en oudere werkzoekenden weer jobs aanbieden) en de inzetbaarheid van werkzoekenden verhogen (vorming en levenslang leren).

Hoeveel ruimte houdt Vlaanderen dan nog over om een eigen aanpak van de arbeidsmarkt uit te werken? In bijna alle Vlaamse regio's ligt de werkloosheidsgraad bij de mannen lager dan 5%. Bedrijven klagen steen en been over een tekort aan geschikte sollicitanten. De overgebleven werklozen zijn vaak niet gewenst: laaggeschoold, geen juiste arbeidsattitude. Dat vereist een beleid-op-maat, geen flauwe doorslag van federale richtlijnen.

De Vlaamse sociale partners gaan vandaag voor het eerst aan tafel. Met gebonden handen, lijkt het.

De twee grote vakbonden, ACV en ABVV, hebben trouwens al laten weten dat ze meer geld willen van de Vlaamse regering (en werkgevers) voor levenslang leren. De aangekondigde 1 miljard frank is ,,ruim onvoldoende''. Maar de ploeg-Dewael heeft veel plannen. En die kosten allemaal geld. De vakbonden geven de regering daarom een schot voor de boeg: ,,De beleidsruimte kan in geen geval worden verkwanseld door een opbod in bijkomende belastingverlagingen.''

Centraal in het Vlaams overleg staat Kris Peeters, de nummer één van de kmo-organisatie Unizo. Peeters is de enige van de federale toponderhandelaars die ook in Vlaanderen aan zet is. Méér, Peeters is dit jaar voorzitter van de Sociaal-economische Raad van Vlaanderen (Serv), het permanente overleg- en adviesorgaan van de Vlaamse partners. Hij is de man die de link moet leggen tussen beide onderhandelingsniveaus. En die zijn federale confraters ervan moet overtuigen de nodige ruimte te laten voor een regionaal akkoord.