GENEVE -- De werkgelegenheid in de textiel-, kleding en schoenenindustrie is in de jaren negentig wereldwijd stabiel gebleven, op zo'n 30 miljoen jobs. Maar er is een grote geografische verschuiving opgetreden, voornamelijk van Europa naar Azië.

Dat staat in een rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), met hoofdzetel in Genève. Het IAO-rapport wijst er op dat de werkgelegenheid in de textiel-, kleding- en schoenenindustrie in de jaren tachtig nog met 16 procent was gedaald.

Belangrijker is de vaststelling dat het aantal jobs in de drie voornoemde sectoren (bijna) uitsluitend stijgt in de Aziatische landen. Vooral China scoort hoog. Twintig procent van alle handenarbeiders die de textiel-, kleding en schoenenindustrie in de wereld telt, zijn Chinezen. China voerde in 1998 voor 30 miljard dollar aan kleding uit.

De Aziatische banengroei bedroeg tussen 1995 en 1998 liefst 72 procent, heeft de IAO berekend. Naast China gaat het vooral om landen als Indonesië, Bangladesh, Thailand en Sri Lanka.

Er was ook een (lichte) banenwinst buiten Azië, met name in de Afrikaanse landen Botswana en Lesotho en voorts ook in Jordanië en Koeweit.

De textiel- en kledingindustrie verloor fors terrein in Noord-Amerika en Europa. In Europa gaat het om een halvering van de werkgelegenheid tussen 1990 en 1998. De grootste klappen vielen in Groot-Brittanië, Duitsland, Frankrijk en Spanje maar ook in de Oost-Europese landen Polen, Hongarije en Rusland. In 1980 werkte 14 procent van alle textielarbeiders ter wereld nog in Rusland; in 1998 komt het land niet meer voor op de lijst van grote producenten.

De verklaring is eenvoudig: de lonen liggen in Azië zoveel lager. Lager dan in de VS en West-Europa, maar ook lager dan in Oost-Europa. Het gemiddelde uurloon voor een textielarbeider bedraagt minder dan 0,4 dollar in China, Indië, Indonesië, Pakistan en Viëtnam. In de Europese Unie ligt het gemiddelde uurloon ruim twintigmaal hoger: 10 dollar, iets meer dan in Japan en de Verenigde Staten.

Alleen in Hong Kong (3,5 dollar per uur) verdienen werknemers in de textiel-, kleding- en schoenennijverheid meer dan in de Europese laagverdieners Portugal, Litouwen en Slovenië.

Het rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie merkt fijntjes op dat het forse banenverlies in de Europese landen -- min 50 procent in de jaren negentig -- geen evenredig productieverlies heeft veroorzaakt. De Europese kledingproductie ging in dezelfde periode met amper 10 procent omlaag. En dat kan alleen verklaard worden door een substantiële verhoging van de gemiddelde productiviteit in de Europese bedrijven. www.ilo.org