BRUSSEL/BERLIJN/FRANKFORT (reuters, bloomberg, eigen berichtgeving) -- De Duitse economie trappelt ter plaatse. De Italiaanse geeft een lichte inkrimping te zien, net als de Belgische, die algemeen beschouwd wordt als een belangrijke voorspellende indicator. Het gaat niet goed met de Europese economie. Bovendien ligt ook de Amerikaanse groei nagenoeg stil. Vandaag komt de directie van de Europese Centrale Bank bijeen. Ze kan beslissen de rente te verlagen. Maar de kans dat ze dat doet, lijkt erg klein.

Voorzitter Ernst Welteke van de Duitse Bundesbank is een van de belangrijke deelnemers aan de ECB-vergadering. Hij wees er gisteren tijdens een toespraak in Frankfort voor een bankierssymposium nog maar eens op dat het stimuleren van de economische groei niet tot het takenpakket van de ECB behoort.

Even voordien had het persbureau Bloomberg de resultaten gepubliceerd van een enquête bij 33 vooraanstaande Europese economen. Vierentwintig onder hen voorspelden toen nog een daling van de rente met een kwart procentpunt tot 4,25 procent. Een van die 24, een econoom bij Barclays Asset Management France, gaf meteen daarna toe dat zijn voorspelling na de uitspraak van Welteke waardeloos was geworden.

,,De beste bijdrage die het monetair beleid kan leveren voor de groei en de tewerkstelling'', zei Welteke, ,,is de prijzen zo stabiel mogelijk te houden''.

De ECB heeft de rente niet meer veranderd sinds 10 mei, de enige keer dit jaar overigens dat het monetair beleid in Europa werd versoepeld. De Bank of England heeft haar centraal rentetarief dit jaar al vier keer verlaagd. De Amerikaanse Federal Reserve Board deed de officiële rente al zeven keer dalen en halveerde daarmee bijna haar tarieven.

Toch gaat het niet goed met de grootste economie ter wereld. Gisteren raakte bekend dat de economische groei tijdens het tweede kwartaal niet met 0,7 procent groeide, zoals eerder was gezegd, maar slechts met 0,2 procent. Nagenoeg een stilstand dus.

De Duitse economie trappelde tijdens het tweede kwartaal ter plaatse, terwijl de Italiaanse lichtjes verzwakte en de Belgische iets erger achteruit boerde. Voor het hele jaar verlaagde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn prognoses voor de eurozone van 2,4 naar 2 procent. Vakbonden, bedrijven en zelfs regeringen dringen daarom steeds luider aan op een ECB-renteverlaging.

De mate waarin economische groei gestuurd kan worden door beleidsbeslissingen werd volgens Welteke ,,duidelijk overschat''. ,,En dan heeft de Federal Reserve nog een duidelijk mandaat om de Amerikaanse groei en tewerkstelling te stimuleren.'' De belangrijkste opdracht van de ECB is de inflatie bestrijden.

Welteke geeft toe dat de druk op de prijzen in de eurozone duidelijk afgenomen is. In juli stegen de prijzen nog met 2,8 procent, tegen 3,4 procent in mei. Voorlopige cijfers voor Duitsland en Italië wijzen overigens op een verdere afname van de inflatie.

Maar de ECB heeft zich van bij haar oprichting tot doel gesteld de inflatie beneden 2 procent te houden, en dat is al in 14 maanden niet meer gelukt. Bovendien is de geldhoeveelheid (M3 voor de specialisten) de jongste maanden sterk toegenomen en dat wijst op nieuwe inflatoire spanningen die opbouwen.

M3 meet de hoeveelheid baar geld in omloop en voegt daar het geld op zicht- en depositorekeningen aan toe. In juli steeg de zo gedefiniëerde geldhoeveelheid met 6,4 procent op jaarbasis, tegen 6,1 procent in juni. De doelstelling van de ECB is maximaal 4,5 procent.

En er is nog meer. De jongste weken wordt steeds duidelijker dat enkele belangrijke Europese landen het niet zo nauw meer nemen met de budgettaire discipline. Dat kan volgens economen een mogelijke Europese renteverlaging vertragen en de euro ondermijnen. Bij de lancering van de euro werd voor heel de zone 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) als maximum deficit vooropgesteld, maar impliciet kwamen de deelnemers aan de euro overeen te streven naar een veel lager percentage.

Duitsland stevent dit jaar naar eigen zeggen af op een tekort van 2 procent van het bbp. Daarmee doet het grootste land van de zone het slechter dan zijn eigen doelstelling die op 1,5 procent bepaald was.

De Franse minister van Financiën Laurent Fabius zegt dat een tekort van één procent, zoals vooropgesteld in het regeerakkoord, niet meer haalbaar is. En de nieuwe uiterst rechtse Italiaanse regering noemt de doelstelling van 0,8 procent tekort ,,totaal onrealistisch''.

Samen zijn die drie landen goed voor drie kwart van het bbp van de eurozone. Als zij inderdaad soepeler budgettaire normen gaan hanteren, zal de euro daaronder lijden. Op die manier versterken zij immers de inflatoire tendensen en dat wekt nooit het vertrouwen van de beleggers. De euro is sinds zijn lancering 32 maanden geleden al 22 procent van zijn waarde verloren.