TERNEUZEN -- Belgische en Nederlandse wrakkenruimers zijn de voorbije dagen op de Westerschelde, ter hoogte van Terneuzen, begonnen aan een zwaar karwei. In stukken en brokken wordt het getorpedeerde zeeschip Alan A. Dale bovengehaald. Dit zeeschip is het grootste van de 38 wrakken die dit en volgend jaar verwijderd moeten worden om een verdere verdieping van de Westerschelde van en naar Antwerpen mogelijk te maken. De eerste dagen van de berging leverden meteen een verrassing op. Bij het ophalen van de achtersteven kwam voor het eerst munitie boven water.

Van de berging van de totaal verroeste romp van de Alan A. Dale hangt het af of de grootscheepse wrakkenruiming al dan niet een succes wordt. De planning voorziet in vijftig tot tachtig bergingsdagen. Totnogtoe is de ruimingsoperatie voorspoedig verlopen, stelt projectleider Marc Voorhuis. Sinds het begin van de wrakkenberging op 6 februari zijn al 20 van de 38 wrakken bovengehaald. De bergers zelf spreken liever over ,,objecten''.

In de meeste gevallen gaat het immers om restanten van vergane schepen. Het zeeschip Alan A. Dale is ook op dit vlak een buitenbeentje, want de romp was nog uit één stuk. Er komt de komende weken dan ook zwaar materieel aan te pas om het wrak te bergen. De drijvende bok Taklift, die gewichten tot 600 ton kan opheffen en een grijpkraan met een opening van elf meter heeft, moet het zware werk opknappen. De romp in één stuk bergen is echter onmogelijk.

Voorhuis verwacht niet dat de ontdekking van munitie voor een belangrijke vertraging van de berging zal leiden. ,,Het gaat vooral om granaten en we nemen aan dat de munitie geen onderdeel was van de lading, maar diende om het schip te verdedigen tegen aanvallen.''

De eerste twee bergingsdagen verliepen in ieder geval voorspoedig. Naast de munitie werden twee grote stukken van de achtersteven, met onder meer de schroeven van het schip bovengehaald.

Volgens Voorhuis is dat succes te danken aan de goede voorbereiding. Dat was zeker het geval bij de Alan A. Dale. Het zeeschip lag onder een dikke laag zand op een diepte tussen 13 en 23 meter. De voorbije weken werd 700.000 kubieke meter zand weggebaggerd om het zeeschip volledig vrij te maken. Deze operatie is volgens Voorhuis perfect geslaagd, waardoor de wrakkengrijper van de drijvende bok vrij precies neergelaten kan worden om de romp van het schip in stukken te bergen.

Na de Alan A. Dale komt nog een tweede zeeschip aan de beurt. Dan verhuizen de wrakkenbergers hun materiaal naar de bocht van Bath. Daar bevindt zich het wrak van het zeeschip Sapanca. ,,Voor het overige zijn het vooral restanten van binnenvaartschepen die we moeten verwijderen'', zegt Voorhuis.

Die klussen zijn veel minder zwaar, maar het is toch opletten om heel andere redenen, zegt Piet Van der Vlies van het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat. Er werd vooraf rekening mee gehouden dat in drie wrakken stoffelijke overschotten van mensen aangetroffen konden worden. Totnogtoe is er volgens Van der Vlies nog geen enkel menselijk overblijfsel gevonden. Hoewel één geval waarbij overblijfselen werden gevonden, nog wordt onderzocht. Nabestaanden krijgen overigens de kans om, bij de berging van een schip waarop een varend familielid de dood vond, de laatste eer te betuigen.

De keldering van de Alan A. Dale kostte geen mensenlevens. Het was een van de vele goederenschepen die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden ingezet om via de Antwerpse haven goederen voor de geallieerde legers aan te voeren. Het schip is nooit in Antwerpen geraakt. In de monding van de Westerschelde werd het getroffen door een torpedo die afgevuurd was door een Duitse eenmans-onderzeeër.

,,Het Duitse leger heeft op het einde van de oorlog verscheidene van die mini-duikboten ingezet. Veel schade hebben ze niet kunnen aanrichten. De keldering van de Alan A. Dale blijkt vrij uniek te zijn'', zegt Marc Voorhuis. Het schip zonk trouwens niet onmiddellijk. De 64 bemanningsleden konden nog van het brandende schip worden gehaald en het schip verging pas drie dagen later -- op 24 december 1944 -- ter hoogte van Terneuzen en Borssele. ,,We weten er zoveel over omdat het dagenlang brandende schip een oorlogservaring is die in het geheugen van veel mensen staat gegrift.''