BRUSSEL (belga) -- De non-ferrosector in België heeft een moeilijk jaar achter de rug. Dat heeft Patrick Van Den Bossche, adjunct-directeur van Agoria en verantwoordelijk voor metalen en materialen, woensdag gezegd tijdens een persconferentie. De zwakke prestaties zijn te wijten aan de algemene conjunctuurvertraging, de val van de metaalprijzen en de gevoerde energiepolitiek.

Het volume van de leveringen daalde met 5,6 procent, wat een waardedaling van 3 procent betekende. De investeringen stegen daarentegen met 32,5 procent. De werkgelegenheid bleef min of meer stabiel met 8.681 werknemers, dat is 1 procent minder dan in 2000. Dit jaar blijft moeilijk, zegt Agoria, de herneming wordt verwacht tegen het eind van 2002 of het begin van 2003.

Naast de economische context deden onder meer de energiekosten de non-ferro in een dip belanden, zei Van Den Bossche. ,,De concurrentiepositie van de bedrijven wordt almaar meer bedreigd door strikte milieunormen en de verhoging van de energieprijzen.''

Energie maakt 15 procent uit van de totale kosten van de non-ferrobedrijven. Ondanks de liberalisering van de energiemarkt blijven de prijzen stijgen. Dat is mee een gevolg van het gebrek aan capaciteit op de grensoverschrijdende hoogspanningsnetten.

Andere ,,boosdoeners'' zijn de groene stroomcertificaten en de geplande Kyoto-maatregelen. ,,De energiekosten liggen daardoor veel hoger dan in de buurlanden'', zegt Van Den Bossche.

De sector doet zelf inspanningen om energie te besparen. Hergebruikte materialen zijn nu al goed voor meer dan de helft van de grondstoffen en vergen veel minder energie bij nieuwe verwerking.

De sector vindt dat de overheid de inspanningen die geleverd zijn, weinig waardeert. De regering voert een 'kortzichtig' emissiebeleid dat alleen de CO2-uitstoot aan de basis meet. Hierbij wordt volledig voorbijgegaan aan de milieuwinst die achteraf geboekt wordt, zegt Van Den Bossche.