BRUSSEL -- Voor de tweede keer sinds de jaren zestig, die achteraf het predikaat ,,golden sixties'' meekregen, komt België terecht in wat een echte hoogconjunctuur kan worden genoemd. Het valt te hopen dat ze beter dan de voorgaande keer zal worden aangegrepen om een einde te maken aan onze twee resterende grote handicaps, de lage werkgelegenheidsgraad en de hoge overheidsschuld.

In de tweede helft van de jaren tachtig was er een gestadige opleving, die in 1988-'89 culmineerde in twee jaar van sterke groei (tussen 4 en 5 procent per jaar) en daarna weer vaart verloor. 1976 en 1980 waren geïsoleerde jaren van sterke expansie, respectievelijk 5,5 en 4,5 procent.

De conjunctuurcyclus die na het sombere recessiejaar 1983 begon, heeft geen klassieke gedaante. Hij werd ingezet met een hoopgevende opleving, maar die leek al voorbarig buiten adem. Pas midden vorig jaar trad weer een duidelijke versnelling op.

Niets wijst erop dat aan deze periode van intense activiteit snel een einde moet komen. Blijkens de jongste prognose van de Nationale Bank zal de Belgische economie dit jaar sneller groeien dan het gemiddelde van de Europese Unie, en ook de drie kernlanden, Duitsland, Frankrijk en Italië, overtreffen.

Waaraan is de opvallende verbetering van de economische toestand in het centrum van de Europese Unie te danken? De verleiding is groot om een verband te leggen met de tot stand gekomen muntunie, maar de economie is nu eenmaal een golfbeweging en er zijn in de geschiedenis al vele perioden van hoogconjunctuur geweest vooraleer er van een eenheidsmunt sprake was.

Wat niet kan worden ontkend, is dat de depreciatie van de euro de export en de groei in de hand heeft gewerkt. Overdrijven moet men dat niet, want de lidstaten van het eurogebied verkopen voornamelijk aan elkaar. En als de euro er niet zou zijn geweest, zouden de DM en in zijn spoor de overige Europese munten tegenover de sterke dollar wellicht een vergelijkbare verzwakking te zien hebben gegeven. De daling van de Duitse munt tussen 1980 en 1995 ging nog een stuk verder dan die van de euro tot dusver.

Belangrijker is de vaststelling dat enkele negatieve factoren zijn weggevallen die in de afgelopen decennia elke opleving van de economie deden uitmonden in onhoudbare spanningen en er al vroeg een einde aan maakten.

De inflatie is, alle zenuwachtigheid van de financiële markten ten spijt, niet echt een probleem meer. In het eurogebied bedraagt ze nu gemiddeld iets meer dan 2 procent; in de VS is ze na meer dan acht jaar economische expansie zonder voorgaande versneld tot 3,7 procent. De Europese Centrale Bank ziet zich vooralsnog niet genoopt met een beleid van duur geld op de rem te gaan staan.

Er is ook een einde gekomen aan het volgens economen deflatoire beleid dat gedurende een groot deel van de jaren negentig in Europa werd gevoerd. Eerst hield de Bundesbank om intern-Duitse redenen de rente zeer hoog en konden de centrale banken elders in Europa niet anders dan te volgen. Daarna zagen de Europese regeringen zich in de aanloop naar de muntunie gedwongen tot pijnlijke inspanningen om hun begrotingstekorten te verkleinen.

Zelfs hoge olieprijzen vormen geen echte rem meer op de economie. Men mag zich al ergeren aan de dure brandstof, sinds de jaren zeventig is energie voor onze economieën veel minder belangrijk geworden.

Maar niet alleen de afwezigheid van negatieve elementen vormt een verklaring voor de verbeterde toestand.

De economische activiteit wordt aangedreven door de sterk verbeterde internationale omgeving. De wereldeconomie groeide vorig jaar sneller dan verwacht, en dit jaar zet de expansie zich voort. Het veralgemeende gebruik van nieuwe technologieën, met de productiviteitswinsten waartoe dat aanleiding geeft, speelt daarin vermoedelijk een rol.

In België is het vertrouwen van zowel gezinnen als ondernemingen sterk toegenomen -- en daartoe heeft de euro misschien bijgedragen. De particulieren hebben hun spaarquote voor het zevende opeenvolgende jaar verlaagd, tot nog iets meer dan 16 procent van het beschikbare inkomen. De binnenlandse vraag stijgt bijna tweemaal zo snel als vorig jaar.

Zowel het monetair als het begrotingsbeleid in Europa hebben nu volgens gouverneur Quaden van de Nationale Bank een stimulerende werking. De officiële rentetarieven van de Europese Centrale Bank liggen onder het peil dat als neutraal voor de conjunctuur kan worden bestempeld. En in diverse landen van het eurogebied, waaronder België, worden de structurele begrotingstekorten niet langer kleiner, maar nemen ze in stilte weer toe. Dit houdt in dat het budgettair beleid expansief is en de hoogconjunctuur dus kracht bijzet, wat allicht niet wenselijk is.

De resultaten van de sterk aantrekkende conjunctuur worden met de dag zichtbaarder. De bezettingsgraad van de Belgische productiecapaciteit is opgelopen tot nagenoeg 85 procent, zowat 6,5 procentpunten hoger dan het lange-termijngemiddelde. De geharmoniseerde werkloosheidsgraad daalde van 9,7 procent in 1996 tot 9 procent in 1999 en kan volgens de Nationale Bank dit jaar verder afnemen tot 8,3 procent. Dit is ook te danken aan de lastenverlagingen en aan de maatregelen die zijn getroffen om werkloosheidsvallen weg te werken (dit zijn situaties waarin werklozen gek moeten zijn om een baan te aanvaarden).

Het overheidstekort, dat in 1993 nog 7,2 procent van het bruto binnenlands product bedroeg, kromp vorig jaar tot 0,7 procent en kan volgend jaar helemaal weggewerkt zijn. En de schuldratio zal tegen het einde van het jaar vermoedelijk opnieuw met 4 procentpunten dalen tot 110 procent van het bbp, dat is ongeveer 26 procentpunten onder het maximumpeil van 1993.

Wel is de verwachte verbetering van dit jaar volgens de Nationale Bank uitsluitend te danken aan het gunstige verloop van de rentelasten. Als men de gunstige effecten van de conjunctuur buiten beschouwing laat, neemt het structurele begrotingstekort zoals gezegd toe. Het is begrijpelijk dat evenzeer de voorrang wordt gegeven aan verlaging van belastingen en arbeidskosten als aan verdere schuldreductie. Het risico is natuurlijk niet denkbeeldig dat de conjunctuur omslaat en dat de begroting plots weer lelijke deficits gaat vertonen. We hebben het al eerder meegemaakt.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig